Béla Tarr

70, Boedapest, 6 januari, na een lang ziekbed

Hongaars filmregisseur, scenarioschrijver, producent en docent. Invloedrijk grootmeester van de zogeheten ‘slow cinema’, gekenmerkt door extreem lange, traag bewegende camera-instellingen, meestal in zwart-wit en weemoedig van toon. Het bijna zeven een half uur durende Sátántangó (1994) wordt veelal gezien als de kroon op zijn werk. Tarr ontwikkelde zijn herkenbare stijl vanaf Kárhozat/Damnation (1988), waarbij hij vaak samenwerkte met (scenario)schrijver László Krasznahorkai (Nobelprijs voor de literatuur in 2025), editor Ágnes Hranitzky (Tarrs ex-echtgenote, tevens co-regisseur van zijn laatste films), chef-camera Fred Kelemen en componist Mihály Vig. De eerste vier van Tarrs negen lange speelfilms worden eerder gekenmerkt door een quasi documentaire, bijna neo-realistische stijl, te beginnen met Családi tüzfészek/Family Nest (1979), die al direct door Film International in Nederland uitgebracht werd. Daarop volgden Szabadgyalog/The Outsider (1981), Panelkapcsolat/The Prefab People (1982) en Öszi almanach/Almanac of Falll/Herfstalmanak (1984). De laatste drie films van Tarr zijn Werckmeister harmóniak/Werckmeister Harmonies (naar Krasznahorkais in 1969 gepubliceerde roman Az elllenállas melankóliája/The Melancholy of Resistance; 2000), A londoni férfi/The Man from London (naar een roman van Georges Simenon; 2007) en A torinói ló/The Turin Horse (Grote speciale juryprijs Berlijn; 2011). Regisseerde het segment Budapest – The Last Boat van de internationale omnibusfilm City Life (1990). Voor televisie regisseerde Tarr zijn visie op Shakespeares Macbeth (1982), bestaande uit twee shots, een van vijf en een van zevenenvijftig minuten. In 2019 maakte hij de documentaire en installatie Missing People over de confrontatie tussen een museumpubliek in Wenen en beelden van dakloze stadgenoten.

Zijn installatie en tentoonstelling Till the End of the World (2017) in EYE Filmmuseum, Amaterdam trok meer dan 40.000 beoekers. Voor deze presentatie regisseerde hij ook de korte documantaire Muhamed (2017). Speelde een rol als Jezus in Szörnyek évadja/Season of Monsters (Miklós Jancsó, 1987). Executive producer van de IJslandse film Dyrid/Lamb (Valdimar Jóhansson, 2021). Johansson was een van Tarrs studenten aan de door hem in 2013 opgerichte ‘film.factory’ in Sarajevo. Tarr produceerde ook bij voorbeeld Johanna (Kornél Mundruczó, 2005), Töredék ((Gyula Maár, 2007), de protestfilm tegen premier Orbán Magyarország 2011 (tien regisseurs, onder wie Péter Forgács, Márta Mészáros, András Jeles en Jancsó, 2012), Final Cut: Hölgyeim és uraim/Final Cut: Ladies and Gentlemen (György Pálfi, 2012), de omnibusfilms Lost in Bosnia (2014) en Letters from the Ends of the World (covid-productie; 2021), alsmede Árni (Dorka Vermes, 2023) en Minden csillag/Stars of Little Importance (Renátó Olasz, 2025). Hoofdpersoon van de documentaire Tarr Béla, I Used to Be a Filmmaker (Jean-Marc Lamoure, 2013). Vanaf 2011 maakte Tarr deel uit van het bestuur van de Cine Foundation International, die opkomt voor de rechten van vervolgde regisseurs als Jafar Panahi en Mohammad Rasoulof. Hij beschouwde zichzelf, buitenstaander in de Hongaarse filmwereld, niet als filmmaker en voegde daaraan toe: “Ik weet niet wat ik wel ben”. Gescheiden van editor Ágnes Hranitzky,

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.