Blake Edwards


88, Santa Monica, 15 december, longontsteking

Amerikaans regisseur, scenarioschrijver, producent en acteur, geboren als William Blake Crump, die de achternaam van zijn stiefvader Jack McEdwards aannam. Een van de grootmeesters van de Amerikaanse filmkomedie, geestelijk erfgenaam van Billy Wilder. Vooral bekend geworden door de hit The Pink Panther (1963), een komedie over diamantendieven met een hoofdrol voor Peter Sellers als de stuntelige Franse inspecteur Clouseau. Sellers zou in vijf van de zeven, alle door Edwards geregisseerde vervolgfilms optreden: A Shot in the Dark (1964), The Return of the Pink Panther (1975), The Pink Panther Strikes Again (1976), Revenge of the Pink Panther (1978) en Trail of the Pink Panther (1982). De laatste titel gebruikte vooral restmateriaal van de in 1980 overleden Sellers, tot grote woede van diens erfgenamen. In Curse of the Pink Panther (1983) werd de hoofdrol overgenomen door Ted Wass en in Edwards’ zwanenzang Son of the Pink Panther (1993) door Roberto Benigni.

De carrière van Edwards was echter veel rijker dan de in de loop der tijd sterk aan kwaliteit inboetende Pink Panther-reeks. In 2004 kreeg hij een Oscar voor zijn hele oeuvre, na slechts een schamele nominatie, voor het scenario van de travestiekomedie Victor, Victoria (1982). Tot de hoogtepunten in zijn filmografie als regisseur behoren de elegante verfilming van Truman Capotes Breakfast at Tiffany’s (met Audrey Hepburn; 1961), de slapstickhit The Party (ook met Sellers; 1968), de midlifesatire 10 (met Bo Derek en Dudley Moore; 1979) en That’s Life! (1986). Het meest autobiografische script was het cynische relaas over Hollywood van een verguisde regisseur, S.O.B. (1981), waarin Edwards’ tweede echtgenote Julie Andrews min of meer zichzelf speelde.

Stiefzoon van een theaterregisseur en stiefkleinzoon van filmpionier J. Gordon Edwards begon zijn filmloopbaan met kleine bijrollen in films als A Guy Named Joe (Victor Fleming, 1943), Marshal of Reno (Wallace Grissell, 1944), Thirty Seconds over Tokyo (Mervyn LeRoy, 1944), Tokyo Rose (Lew Landers, 1946), The Strange Love of Martha Ivers (Lewis Milestone, 1946) en The Best Years of Our Lives (William Wyler, 1946). Hij speelde ook een rol in de B-western Panhandle (Lesley Selander, 1948), tevens het eerste van een reeks geproduceerde scenario’s van Edwards’ hand, vaak met een hoofdrol voor zijn goede vriend Mickey Rooney. Zo schreef hij Stampede (Selander, 1949), Rainbow ’round My Shoulder (Richard Quine, 1952), All Ashore (Quine, 1953), Cruisin’ down the River (Quine, 1953), Drive a Crooked Road (Quine, 1954), The Atomic Kid (Leslie H. Martinson, 1954), My Sister Eileen (Quine, 1955) en zijn eigen regiedebuut, de bescheiden musical met Frankie Laine Bring Your Smile Along (1955). Aanvankelijk schreef en regisseerde Edwards veel voor televisie, bijvoorbeeld The Mickey Rooney Show (1954-55) en de door hem gecreëerde detectiveserie Peter Gunn (1958-61). De vroege films van Edwards trokken weinig belangstelling, zoals He Laughed Last (1956), Mister Cory (met Tony Curtis; 1957), This Happy Feeling (1958) en The Perfect Furlough (1958), maar de marinekomedie Operation Petticoat (met Curtis en Cary Grant; 1959) was een grote hit.

Daarna volgden de musical High Time (met Bing Crosby; 1960), de misdaadthriller Experiment in Terror (1962) en het alcoholistendrama Days of Wine and Roses (met Jack Lemmon; 1963), bekroond met de Oscar voor beste muziek van Henry Mancini. De vaste samenwerking met Mancini, die ook het thema voor The Pink Panther schreef, leverde in totaal vier Oscars op: de score en de song Moon River in Breakfast at Tiffany’s en de songscore van Victor, Victoria.

Door al deze successen leek Edwards geen kwaad meer te kunnen doen in Hollywood, maar toch werd de flop van het dure spektakel The Great Race (1965) hem zwaar aangerekend. In nog sterkere mate gold dat voor het mislukken van de in de verte op het verhaal van spionne Mata Hari gebaseerde prestigeproject Darling Lili (1970). Paramount was vooral boos dat Andrews als mevrouw Edwards de hoofdrol had gekregen. Het paar verhuisde verbitterd naar Engeland, maar zou gelouterd terugkeren voor de wraaklustige Hollywoodsatire S.O.B. (1981), waarin de altijd voor zoetsappig versleten Andrews, ster van The Sound of Music en Mary Poppins, haar borsten ontbloot.

Tot de overige films van Edwards behoren What Did You Do in the War, Daddy? (1966), Gunn (naar de tv-serie Peter Gunn; 1967), de western Wild Rovers (1971), The Carey Treatment (1972), The Tamarind Seed (1974), The Man Who Loved Women (een remake van François Truffauts rokkenjagerskomedie L’homme qui aimait les femmes, 1983), Micki + Maude (1984), A Fine Mess (1986), Blind Date (1987), Sunset (1988), Skin Deep (1989) en de genderklucht Switch (1991), met Ellen Barkin als gereïncarneerde macho.

Edwards produceerde de Pink Panther-cyclus en een aantal andere eigen films, die hij veelal ook zelf schreef. Vader van actrice Jennifer Edwards en regisseur Geoffrey Edwards.

1 gedachte over “Blake Edwards”

Plaats een reactie