Don Galloway


Foto uit Ironside

71, Reno, 8 januari, natuurlijke dood

Amerikaans acteur. Vooral bekend van rollen in televisieseries als Ironside (1967-75) en een enkele second lead in films, bijvoorbeeld The Big Chill (Lawrence Kasdan, 1983) en Two Moon Junction (Zalman King, 1988).

Ray Dennis Steckler

70, Las Vegas, 7 januari, in zijn slaap

Amerikaans regisseur en producent. Verantwoordelijk in verschillende hoedanigheden (schrijver, producent, regisseur, cameraman en soms acteur) voor een groot aantal Z-films. Onder meer The Incredibly Strange Creatures Who Stopped Living and Became Mixed-Up Zombies!!? (1964) en Debbie Does Las Vegas (1981). Bediende zich van pseudoniemen als Cindy Lou Sutters, Cash Flagg en Sven Christian.

Ned Tanen

77, Santa Monica, 5 januari, natuurlijke dood

Amerikaans producent en studioschef. Schoonzoon van regisseur Howard Hawks stond aan het hoofd van Universal (1976-82: Jaws, On Golden Pond en E.T. the Extra-Terrestrial) en Paramount (1984-1992: Top Gun en Ghost). Produceerde onder meer drie brat pack-films: Sixteen Candles (John Hughes, 1984), The Breakfast Club (Hughes, 1985) en St. Elmo’s Fire (Joel Schumacher, 1985). Produceerde ook Mary Reilly (Stephen Frears, 1996).

Pat Hingle


Batman

84, Carolina Beach NC, 3 januari, leukemie

Amerikaans acteur, eigenlijk Martin Patterson Hingle. Veelal second leads, ook opmerkelijk door zijn forse postuur. Debuteerde na veel televisierollen in The Strange One (Jack Garfein, 1957). Was gecast in de titelrol van Elmer Gantry (Richard Brooks, 1960), maar moest zich na een onfortuinlijke val in een liftkoker laten vervangen door Burt Lancaster. Werd bij het grote publiek bekend als de politiecommissaris in Batman (Tim Burton, 1989) en de vervolgen Batman Returns (Burton, 1992), Batman Forever (Joel Schumacher, 1995) en Batman & Robin (Schumacher, 1997). Onder meer te zien in No Down Payment (Martin Ritt, 1957), als de vader van Warren Beatty in Splendor in the Grass (Elia Kazan, 1961), in The Ugly American (George Englund, 1963), Invitation to a Gunfighter (Richard Wilson, 1964), Nevada Smith (Henry Hathaway, 1966), Hang ’em High (Ted Post, 1968), Bloody Mama (Roger Corman, 1970), WUSA (Stuart Rosenberg, 1970), The Carey Treatment (Blake Edwards, 1972), The Gauntlet (Clint Eastwood, 1977), als kolonel Parker in Elvis (John Carpenter, 1979), When You Comin’ Back, Red Ryder? (Milton Katselas, 1979), Norma Rae (Ritt, 1979), Sudden Impact (Eastwood, 1983), The Falcon and the Snowman (John Schlesinger, 1985), Brewster’s Millions (Walter Hill, 1985), Maximum Overdrive (Stephen King, 1986), Baby Boom (Charles Shyer, 1989), The Grifters (Stephen Frears, 1990), als J. Edgar Hoover in Citizen Cohn (Frank Pierson, 1992), Lightning Jack (Simon Wincer, 1994), The Quick and the Dead (Sam Raimi, 1995), A Thousand Acres (Jocelyn Moorhouse, 1997), Muppets from Space (Tim Hill, 1999), de remake van Shaft (John Singleton, 2000) en Talladega Nights: The Ballad of Ricky Bobby (Adam McKay, 2006).

Hang ’em High

Edmund Purdom

84, Rome, 1 januari, doodsoorzaak onbekend

Engels acteur. Debuteerde in Julius Caesar (Joseph L. Mankiewicz, 1953). Verving respectievelijk Mario Lanza (wegens gewichtsproblemen) en Marlon Brando in de hoofdrollen van The Student Prince (Richard Thorpe, 1954) en The Egyptian (Michael Curtiz, 1954). Daarna in de MGM-films Athena (Thorpe, 1954), The Prodigal (Thorpe, 1955) en The King’s Thief (Robert Z. Leonard, 1955), alsmede Strange Intruder (Irving Rapper, 1956). Vervolgens Europese carrière, vooral in Italië: Agguato a Tangeri (Riccardo Freda, 1957), de titelrollen van Erode il Grande (Viktor Tourjansky, 1959) en Les nuits de Raspoutine (Pierre Chenal, 1960), in Salambò (Sergio Grieco, 1960), Nefertiti, Regina del Nilo (Fernando Cerchio, 1961), The Beauty Jungle (Val Guest, 1964), Der letzte Ritt nach Santa Cruz (Rolf Olsen, 1964), The Yellow Rolls Royce (Anthony Asquith, 1964), L’uomo che ride (Sergio Corbucci, 1966), Il corsaro nero (Lorenzo Gicca Palli, 1971), Los ojos siniestros del doctor Orloff (Jesus Franco, 1973), A Matter of Time/Nina (Vincente Minnelli, 1976), Concorde Affaire ’79 (Ruggero Deodato, 1979), L’altra donna (Peter del Monte, 1980), Rosso sangue (Joe d’Amato, 1981), Ator l’invincibile (D’Amato, 1982), 2019 – Dopo la caduta di New York (Sergio Martino, 1983), Don’t Open ’til Christmas (tevens regie, 1984) en The Assisi Underground (Alexander Ramati, 1985). Getrouwd geweest met actrice Linda Christian.

The Egyptian, met Gene Tierney en Judith Evelyn

Johannes Mario Simmel

84, Zug (Zwitserland), 1 januari, doodsoorzaak onbekend

Oostenrijks bestsellerauteur en scenarioschrijver. Van zijn 35 romans zouden 73 miljoen exemplaren zijn verkocht. Vele werden verfilmd, zoals Es muß nicht immer Kaviar sein (Géza von Radványi, 1961), Und Jimmy ging zum Regenbogen (Alfred Vohrer, 1971), Gott schützt die Liebenden (Vohrer, 1973), Die Antwort kennt nur der Wind (Vohrer, 1974) en Lieb Vaterland magst ruhig sein (Ronald Klick, 1976). Aanvankelijk journalist en vooral scenarioschrijver: Frühling auf dem Eis (Georg Jacoby, 1951), Es geschehen noch Wunder (Willi Forst, 1951), Tagebuch einer Verliebten (Josef von Báky, 1953), Der Raub der Sabinerinnen (Kurt Hoffmann, 1954), Hotel Adlon (Von Báky, 1955), Kitty und die große Welt (met Romy Schneider; Alfred Weidenmann, 1956), Robinson soll nicht sterben (met Schneider; Von Báky, 1957), Noch minderjährig (Georg Tressler, 1957), Madeleine und der Legionär (Wolfgang Staudte, 1958), Stefanie (Von Báky, 1958) en Marili (Von Báky, 1959).