Bij de begrafenis van Ousmane Sembène, juni 2007 67, Dakar, 6 december, natuurlijke dood
Senegalees regisseur en acteur. Co-regisseur en dialoogschrijver van de film over Afrikaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog Camp de Thiaroye (Ousmane Sembène, 1988), waarvoor zij samen de Grote Juryprijs in Venetië wonnen. Regisseerde films vanaf 1970 (La journée de Djibril N’Diaye), gevolgd door L’option (1974) en L’oeil (1981). Acteur in verschillende films, zoals Guelwaar (Sembène, 1992).
Vojna i mir 81, Moskou, 4 december, doodsoorzaak onbekend
Russisch acteur. Speelde onder meer prins Andrej Bolkonski in Oorlog en vrede/Vojna i mir (Sergej Bondartsjoek, 1967) en een oude man in Burnt by the Sun/Oetomljonnyje solntsem (Nikita Michalkov, 1994). Beide films wonnen de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. ‘Kunstenaar van de USSR’ (1974) en ‘Held van de Socialistische Arbeid’ (1982) studeerde af als acteur aan de Moskouse filmschool VGIK (1950). Filmdebuut in Molodaja gvardija/The Young Guard (Sergei Gerassimov, 1948). Gespecialiseerd in het spelen van aristocraten, intellectuelen en officieren. Onder meer in Delo bylo v Penkove/It Happened in Penkovo (Stanislav Rostotski, 1954), Dozjivjom do ponedelnika/We’ll Live ’till Monday (Rostotski, 1968) en Beljy Bim, tsjornoje oecho/White Bim, Black Ear (Rostotski, 1977; Oscarnominatie beste buitenlandse film). Gescheiden van actrice Nonna Mordjoekova.
In Ierland geboren Engels steracteur. Oscarnominatie voor de hoofdrol tegenover Ronald Reagan in de Hollywoodproductie The Hasty Heart (Vincent Sherman, 1949), die hij eerder met succes in het theater had gespeeld. Filmdebuut, na enige figuratie eind jaren dertig, iets eerder in hetzelfde jaar, in de hoofdrol van For Them that Trespass (Alberto Cavalcanti, 1949). Opvallend aanwezig in Stage Fright (Alfred Hitchcock, 1950), de titelrol van Rob Roy, the Highland Rogue (Harold French, 1953), het oorlogsepos The Dam Busters (Michael Anderson, 1955) en The Longest Day (aandeel van Ken Annakin, 1962). Voorts onder meer in Lightning Strikes Twice (King Vidor, 1951), de titelrol in The Story of Robin Hood and His Merrie Men (Annakin, 1952), The Sword and the Rose (Annakin, 1953), tegenover Jeanne Moreau in Secrets d’alcôve (episode van Henri Decoin, 1954), A Man Called Peter (Henry Koster, 1955), als Sir Walter Raleigh tegenover Bette Davis’ koningin Elizabeth I in The Virgin Queen (Koster, 1955), Marie-Antoinette, reine de France (Jean Delannoy, 1956), D-Day the Sixth of June (Koster, 1956), Yangtse Incident: The Story of H.M.S. Amethyst (Anderson, 1957), Saint Joan (Otto Preminger, 1957), Chase a Crooked Shadow (Anderson, 1958), Intent to Kill (Jack Cardiff, 1958), Danger Within (Don Chaffey, 1959), tegenover Peter Sellers in Never Let Go (John Guillermin, 1960), The Long and the Short and the Tall (Leslie Norman, 1961), Le crime ne paie pas (Gérard Oury, 1962), The Boys (Sidney J. Furie, 1962), Operation Crossbow (Anderson, 1965), Dorian Gray (Massimo Dallamano, 1970), Asylum (Roy Ward Baker, 1972), The Big Sleep (Michael Winner, 1978) en House of the Long Shadows (Pete Walker, 1983). De naam van Todd circuleerde als kandidaat om James Bond te gaan spelen in Dr. No (Terence Young, 1962), voordat Sean Connery daarvoor in beeld kwam. In 1963 voorzitter van de internationale jury van het festival van Berlijn.
In Frankrijk geboren acteur, zanger, liedjesschrijver en schilder. In Neuilly-sur-Seine geboren zoon van een Egyptische diplomaat en een Pools-Russische gravin werd als kind door zijn alleenstaande en tuberculeuze moeder op de trein naar Amsterdam gezet. Daar ging hij in 1952 naar de toneelschool en werd vanaf 1955 jeune premier bij de Nederlandse Comedie. In 1960 bracht hij met zijn partner Joop Admiraal enige tijd in Rome door, in de vergeefse hoop emplooi te vinden in de Italiaanse filmindustrie. Ook richtte hij in 1964 Shaffy Chantant op, een legendarisch muzikaal theatergezelschap, waartoe ook zangeres Liesbeth List en pianist Louis van Dijk behoorden. Stralend middelpunt van het bohémienleven in Amsterdam van de jaren zestig, ampel gedocumenteerd in het met een Gouden Kalf bekroond portret Ramses (Pieter Fleury, 2002). Die documentaire bevat ook een door Louis van Gasteren gedraaide scène, waarin een opgetogen Shaffy midden jaren zestig zijn Nederlands paspoort in ontvangst neemt. Die was aanvankelijk bedoeld voor een andere documentaire, Hans – Het leven voor de dood (Van Gasteren, 1983), waarin Shaffy een sleutelrol vertolkt.
Maakte zijn speelfilmdebuut in De zaak M.P .(Bert Haanstra, 1960). Hoofdrollen in films als Liefdesbekentenissen (Wim Verstappen, 1967), De verloedering van de Swieps (Erik Terpstra, 1967), Een vreemde vogel (Lennaert Nijgh, 1969) en de flops Nitwits (Nikolai van der Heyde, 1987) en Nachtvlinder (Herman van Veen, 1999). Kleinere rollen speelde Shaffy in Kind van de zon (René van Nie, 1975), Cha-Cha (Herbert Curiël, 1979), Op hoop van zegen (Guido Pieters, 1986) en De nietsnut/Identikit (Ab van Ieperen, 1992). Hoofdrol in de korte experimentele film Schermerhoorn (Mattijn Seip, 1966), die controversieel was wegens de als pedoseksueel ervaren inhoud. In 2002 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
69, Antwerpen, 30 november, gevolgen van longembolie
Belgisch bijrolacteur. Veel televisie, enkele speelfilms: Vrijdag (Hugo Claus, 1981), Traversées (Mahmoud Ben Mahmoud, 1984), Het gezin Van Paemel (Paul Cammermans, 1986), Beck – De gesloten kamer (Jacob Bijl, 1993) en Elixir d’Anvers (1996).
80, Granby (prov. Québec), 28 november, complicaties van ziekte van Parkinson
Canadees regisseur en scenarist. Aanvankelijk graficus en boekuitgever, daarna researcher voor de National Film Board (NFB). Voor die organisatie maakte hij vanaf 1961 (Manger) talrijke korte documentaires en speelfilms, zoals Solange dans nos campagnes (1964) en The Big Swim (1964). Voor de compilatie van producties van de NFB 50 ans won hij in 1989 een Gouden Palm. Het festival van Cannes was ook van groot belang voor het vestigen van de internationale reputatie van Carle, die als fantasierijk buitenbeentje aanvankelijk op weinig officiële waardering had kunnen rekenen. Voor het hoofdprogramma van Cannes werden drie van zijn speelfilms geselecteerd: La vraie nature de Bernadette (1972), La mort d’un bûcheron (1973) en Fantastica (1980). De laatste productie was een exuberante science-fictionmusical, met cruciale bijdragen van zijn voormalige partner, actrice Carole Laure, en vaste componist Lewis Furey, die met Laure trouwde. In eigen land kreeg Carle de meeste waardering voor zijn oorspronkelijk voor televisie gemaakte familiesage Les Plouffe (1981).
Maakte zijn langspeelfilmdebuut als regisseur met La vie heureuse de Léopold Z (1965), dat voortkwam uit een documentair portret van een sneeuwruimer. Voorts onder meer Le viol d”une jeune fille douce (1968), Red (1970), Les mâles (1971), Les corps célestes (1973), La tête de Normande St-Onge (1975), L’ange et la femme (1977), Maria Chapdelaine (1983), La guêpe (1986), La postière (1992) en Pudding chômeur (1996). Tot zijn lange documentaires behoren de schaakfilm Jouer sa vie (1982), Cinéma, cinéma (1985), O Picasso (1985), Le diable d’Amérique (1990) en Moi, je m’fais mon cinéma (1999).