95, Santa Monica, 25 augustus, natuurlijke dood
Amerikaans (televisie)producent en studiochef. Na een lange carrière als scenarioschrijver en producent voor televisie bij CBS, Columbia en Universal (1951-78) benoemd tot studiochef van Columbia Pictures (1978-83). Price ontwikkelde daar hits als Kramer vs Kramer (Robert Benton, 1979), Tootsie (Sydney Pollack, 1982), The Karate Kid (John G. Avildsen, 1984) en het door niemand als hit verwachte Ghostbusters (Ivan Reitman, 1984). Grootste fout was het overdoen aan Universal van E.T. the Extra-Terrestrial (Steven Spielberg, 1982), tegen een percentage van de (kolossale) opbrengst. Hij moest het veld ruimen nadat in 1982 The Coca-Cola Company Columbia overnam. Daarna voorzitter van MCA, de eigenaar van Universal (1983-86). Hij tekende daar voor successen als Out of Africa (Pollack, 1984) en het door hem persoonlijk uit de la met dubieuze scripts tevoorschijn getrokken Back to the Future (Robert Zemeckis, 1985), maar vond zijn Waterloo door de megaflop Howard the Duck (Willard Huyck, 1986). Vervolgens in 1987 oprichter van Price Entertainment dat in 1991 fuseerde met Columbia. Daar lanceerde hij opnieuw geslaagde projecten als Boyz n the Hood (John Singleton, 1991), Bram Stoker’s Dracula (Francis Ford Coppola, 1992) en Groundhog Day (Harold Ramis, 1993). Nog later onafhankelijk producent van bij voorbeeld Shadowslands (Richard Attenborough, 1993) en Circle of Friends (Pat O’Connor, 1995). Getrouwd met actrice Katherine Crawford. Vader (uit een eerder huwelijk) van regisseur David Price.