Glenda Jackson

87, Londen-Blackheath, 15 juni, natuurlijke dood

Engels actrice en politica. Met twee Oscars, drie Emmy’s en een Tony bekroond steractrice, die met intelligente en vaak fysiek gewaagde rollen de traditionele filmsterrenstatus een nieuw soort gezicht verleende. Ze won haar Oscars voor de hoofdrollen van een geëmancipeerde beeldhouwster in de verfilming van D.H. Lawrences Women in Love (Ken Russell, 1961) en voor de komedie A Touch of Class/Een slippertje met allure (Melvin Frank, 1973). Oscarnominaties voor Sunday Bloody Sunday (John Schlesinger, 1972) en de Ibsenverfilming Hedda (Trevor Nunn, 1975). Na het voltooien van haar opleiding aan de prestigieuze Royal Academy of Dramatic Arts (RADA) in 1957 kwam haar carrière, ook in het theater, pas langzaam op gang, Na zeer bescheiden rolletjes in The Extra Day (William Fairchild, 1956) en This Sporting Life (Lindsay Anderson, 1963), viel Jackson voor het eerst op in de rol van ‘Charlotte Corday’ in de filmversie van Peter Weiss’ Marat/Sade (Peter Brook, 1967). Ook in films als Negatives (Peter Medak, 1968),

The Music Lovers (als nymfomane echtgenote van de componist Tsjaikowski; Russell, 1971), The Boy Friend (uncredited; Russell, 1971), Mary, Queen of Scots (als Elizabeth I; Charles Jarrott, 1971), The Triple Echo (top-billed; Michael Apted, 1972), Bequest to the Nation (top-billed als Lady Hamilton; James Cellan Jones, 1973), Il sorriso del grande tentatore/The Devil Is a Woman (top-billed; Damiano Damiani, 1974), The Maids (naar Jean Genet, top-billed; Christopher Miles, 1975), The Romantic Englishwoman (top-billed; Joseph Losey, 1975), The Incredible Sarah (als Sarah Bernhardt; Richard Fleischer, 1976), Nasty Habits (top-billed, als non; Michael Lindsay-Hogg, 1977), House Calls (tegenover Walter Matthau; Howard Zieff, 1978), Stevie (top-billed; Robert Enders, 1978), The Class of Miss MacMichael (top-billed; Silvio Narizzano, 1978), Lost and Found (Frank, 1979), HealtH (Robert Altman, 1980), Hopscotch (tegenover Matthau; Ronald Neame, 1980), The Return of the Soldier (Alan Bridges, 1982), Turtle Diary (John Irvin, 1985), Beyond Therapy (Altman, 1987), Salome’s Last Dance (top-billed; Russell, 1988), The Rainbow (Russell, 1989) en King of the Wind (Peter Duffell, 1990). Op televisie onder meer in de serie Elizabeth R (top-billed, als Elizabeth I; 1971), The Patricia Neal Story (top-billed in de titelrol; Anthony Harvey en Anthony Page, 1981), Sakharov (Jack Gold, 1984), A Murder of Quality (naar John Le Carré; Gavin Millar, 1991), The House of Bernarda Alba (titelrol, naar Federico García Lorca; Stuart Burge en Núria Espert, 1991) en The Secret Life of Arnold Bax (Russell, 1992). In 1992 stopte Jackson met acteren en ging zich volledig aan de politiek wijden; ze werd dat jaar voor Labour, de partij waar ze op haar zestiende lid van was geworden, in het Lagerhuis gekozen, en zou tot 2015 parlementslid blijven. Ook was ze in een kabinet van Tony Blair onderminister van transport (1997-99). Na 2015 keerde ze terug in het theater en speelde de hoofdrol in de tv-film Elizabeth Is Missing (Aisling Walsh, 2019), die haar een BAFTA Award en een derde Emmy bezorgde. Ook speelde ze in de films Mothering Sunday (Eva Husson, 2021) en het pas na haar dood uit te brengen The Great Escaper (tegenover Michael Caine; Oliver Parker, 2023).

 

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.