Hans Keller

82, Amsterdam, 19 december, natuurlijke dood

 Nederlands tv-maker, regisseur en journalist. Herkenbaar aan zijn doorrookte, bronzen commentaarstem. Een van de grondleggers van wat bekend zou worden als de VPRO-school van Nederlandse documentaires. Nam als tv-criticus van de Volkskrant (pseudoniem: Verrekijker) in 1961 het initiatief tot het uitreiken van de Zilveren Nipkowschijf (samen met Henk Schaafsma, NRC en Han G. Hoekstra, het Parool). Ging tv-programma’s maken voor achtereenvolgens AVRO (1962-64) en KRO (1964-68), totdat hij vanaf 1969 bij de VPRO de vrijheid kreeg om essayistische, culturele documentaires te maken, met veel oog voor alledaagse details. Het meest invloedrijk werd de rubriek Het Gat van Nederland, die in 1973 de Nipkowschijf zou winnen. L.J.  Jordaanprijs voor Daar, aan het eind van de gang – Over het Ferrara van Giorgio Bassani (2001). Bekendste titels uit het werk van Keller, dat zich vrijwel uitsluitend tot televisie beperkte: In de geest van Ajax (1969), Joris Ivens (1970), Overal zijn indianen (over België; 1970), Anthony Imperiale (1971), Twee weken in een ander stadje (1971; Revisited, 1991), Mississippi is niet meer wat het geweest is (1972), Terugkeer naar het Zilvermeer (1973), Vastberaden, maar soepel en met mate… (samen met HJA Hofland en Hans Verhagen, 1974), Het dronken schip (1982), Amsterdam, Montana (1988), Was dat mortiervuur of bonst mijn hart zo? (over de film Casablanca; 1988), De voorgeschiedenis (1989), de opdrachtfilm voor KLM Een geschiedenis van de toekomst (1989), Naar Mozambique! (met en over dichter Remco Campert; 1990), Laatste open dag (1990), De sprong naar het zuiden (over schrijver Konstantin Paustovski; 1990), Sjarov in Holland (1991), Verhalen over de kleuren van Europa (1992), Bad Girls of Music (1992), De uitvinding van Amerika – De resten van Utopia (1993), Hotel Atonaal: Rendez-vous der Vijftigers (samen met Campert, 1993), Voetnoten bij een oeuvre (over cineast Herman van der Horst; 1994),  Josef Roth’s Grosse-Welt-Bioskop-Theater (1994),Het alfabet van Remco Campert (1996), Verhalen uit het land van de voldongen feiten (1997-98), Spiegelbezoek (over dichter Leo Vroman en componist Henny Vrienten; 1999), Cesare Pavese, een man alleen (samen met Hein Aalders, 1999), In de tijdmachine door Japan (2000), De verdwenen personages van Han Bentz van den Berg (samen met Roel Bentz van den Berg, 2002), Het bewolkte bestaan van Louis van Gasteren (2007) en Kees Fens, erfgenaam van een lege hemel (2008). Compileerde als ‘dagsluiting’ voor de VPRO fragmenten waarin een dichter uit eigen werk voorleest, onder de titel Dode dichters almanak (1998-2014). Het was een voorname reden om Keller in 2005 de Laurens Janszoon Costerprijs toe te kennen. Vanaf 1979 korte tijd directeur van de Rotterdamse Kunststichting, en als zodanig eindverantwoordelijke van het festival Film International.

 

Plaats een reactie