Herbert Curiël

93, Amsterdam, 27 oktober, gevolgen van een woningbrand

Nederlands regisseur, scenarioschrijver en acteur, soms vermeld als Heriberto H. Curiel. Curiëls muzikale fantasie Cha-Cha met Herman Brood en Nina Hagen (tevens scenario; 1979) blijkt in het collectieve geheugen veel diepere sporen te hebben nagelaten dan zijn twee met een hoger budget tot stand gekomen literatuurverfilmingen: Het jaar van de kreeft (tevens scenario, naar Hugo Claus’ sleutelroman over zijn relatie met actrice Kitty Courbois; 1975) en Rituelen (tevens scenario, naar Cees Nooteboom; 1989). De in het Zeeuwse Krabbendijke opgegroeide zoon van een Surinaams voormalig marineofficier van Spaanse afkomst en een in Nederlands-Indië geboren plantersdochter liep op 15-jarige leeftijd van huis weg, zwierf als zeeman, smokkelaar, danser, journalist, havenarbeider en in vele andere hoedanigheden over de wereld. Zo verbleef hij in Zweden (1953-56) en Spanje (1957-68), waar hij ook figureerde en scenario’s schreef.

 

Een inventarisatie in filmblad SKOOP (september 1975) leverde onder meer op dat hij actief was geweest als assistent-regisseur van The Diary of Anne Frank (George Stevens, 1959), het scenario schreef van Marc Mato, agente S. 077/Agent 077 operatie Tanger (Gregg G. Tallas, 1965) en voor niet bevestigde films met Ursula Andress, Sarah Miles en Raquel Welch, figureerde als Duits soldaat in The Last Blitzkrieg (Arthur Dreifuss, 1959) en als Turks soldaat in Lawrence of Arabia (David Lean, 1962) en bijrollen speelde in Främlingen från skyn (Rolf Husberg, 1956), Spy in the Sky! (W. Lee Wilder, 1958), The Boy Who Stole a Million (als orgeldraaier; Charles Crichton, 1960) en The Running Man (Carol Reed, 1963). Na zijn terugkeer naar Nederland regisseerde Curiël voor het eerst een eigen korte speelfilm, De aktivist (1970), over een Griekse vluchteling in de haven van Amsterdam die zowel door de BVD als door de Griekse geheime politie belaagd wordt. De door Fugitive Cinema gedistribueerde film kwam tot stand met subsidie van het ministerie van CRM, achteraf tot groot ongenoegen van de minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns (KVP), die er belediging van een bevriend staatshoofd (de Griekse dictator Papadopoulos) in zag. Behalve de eerdergenoemde voltooide Curiël in Nederland nog een andere film, het quasi-documentaire Krima-Kerime (tevens scenario; 1994) over de relatie tussen een Turks meisje en een Nederlandse jongen, met Paul Groot en Nathalie Alonso Casale – als engel – onder de acteurs. Zelf acteerde Curiël nog in Het dak van de walvis (als indiaan; Raúl Ruiz, 1982) en in de minimal movie Fear and Desire (Pim de la Parra, 1992). Ook was hij de hoofdpersoon van een korte documentaire, Kindsoldaat van Hitler (Hans Polak, 2015), waarin wordt onthuld (research: Marga van Praag) dat beide ouders NSB-lid waren geweest, dat de jeugdige Herbert vrijwillig en uit overtuiging dienst had genomen in de Duitse marine en dat hij tot aan het eind van zijn leven worstelde met wroeging, zeker nadat hij had ontdekt dat de voorouders van zijn vader Joods waren.

 

Plaats een reactie