101, Brussel, 15 mei, natuurlijke dood
Belgisch filmmaker. Voormalig assistent van Belgisch filmpionier Charles Dekeukeleire (1947-50) draaide zijn bekendste film rond 1956, het als neorealistisch beschouwde Le chantier des gosses, over de opstand van een groep jongeren in de Brusselse volkswijk de Marollen tegen nieuwbouw door projectontwikkelaars. De zonder geluid op 35mm gedraaide film ging feitelijk met een nieuw geconstrueerde geluidstrack in 1970 in première en werd in 2014 gedigitaliseerd. Voor zijn eerste film, Quand chacun apporte sa part (1954), had Harlez zelf een camera gebouwd. Ook Les gens du quartier (1955) documenteerde het leven in de Marollenwijk. Later maakte hij een aantal documentaires in Groenland, zoals À la conquête des sommets polaires (1960), Iulissat, iceberg et glacier groënlandais (1964), Igartalik, la vie groënlandaise (1965) en Tupilak, sculpture esquimau du Groënland (1966). In 2009 verscheen de complilatie Groënland: voyages au pays blanc. Tot zijn overige films behoren Pluie et beau temps (1965), Les îles Fëroé (1968), Les conseils de classe, document pour une réflexion (1974), een vierdelige serie Les métiers d’art du bois (1975), Personne à Las Palmas (1990) en Une poupée à la mer (2014). Hoofdpersoon van de documentaire Portrait de Jean Harlez, un réalisateur belge (Arthur Ghenne, 2004), later uitgebpuwd tot een video van twee uur onder de titel Dea Marolles au Groënland: Jean Harlez, un homme qui voulait filmer à tout prix (Ghenne, 2009). Harlez werkte veelal samen met zijn vrouw Marcelle Dumont, en soms met dichter-kunstenaar Marcel Broodthaers.