Jerzy Matuszkiewicz

93, Warschau, 31 juli, doodsoorzaak onbekend

Pools saxofonist en componist.  Bijnaam ‘Dudus’. Jazzpionier stuitte op repressie door het communistische regime en vond bescherming in de filmschool van Lódz, waar hij onder anderen samenwerkte met pianist en later filmcomponist Krzysztof Komeda (1931-1969). Ook Matuszkiewicz legde zich allengs toe op het componeren van filmscores, te beginnen met Ostatni strzal/The Last Shot (Jan Rybkowski, 1959). Schreef voorts muziek voor onder meer L’amour à vingt ans (segment Andrzej Wajda, 1962), Glos z tamtego swiata/The Voice from Beyond (samen met Wojciech Kilar; Stanislaw Rózewicz, 1962), Beata (Anna Sokolowska, 1965), Swieta wojna/The Holy War (Julian Dziedzina, 1965), Pieczone golabki/Broiled Squabs (Tadeusz Chmielewski, 1966), Malzenstwo z rozsadku/The Marriage of Convenience (Stanislaw Bareja, 1967), Jowita (Janusz Morgenstern, 1967), Nowy/The New (Jerzy Ziarnik, 1970), Jak rozpetalem druga wojne swiatowa/How I Unleashed World War II (Chmielewski, 1970), Maly/The Little One (Dziedzina, 1970), Nie lubie poniedzialku/I Hate Mondays (Chmielewski, 1971), Klopotliwy gosc/Troublesome Visitor (Ziarnik, 1971), Poslizg/A Slip-Up (Jan Lomnicki, 1972), Poszukiwany, poszukiwana/Man-Woman Wanted (Bareja, 1973), Janosik (Jerzy Passendorfer, 1974), Zaklete rewiry/Hotel Pacific (Janusz Majewski, 1975), Wsrod nocnej ciszy/Quiet is the Night (Chmielewski, 1978), Klamczucha (Sokolowska, 1982), Wierna rzeka/The Faithful River (Chmielewski, 1987), Rozmowy kontrolowane/Calls Controlled (Sylvester Checinski, 1991) en Syzyfowe prace (Pawel Komorowski, 2000).

Plaats een reactie