Juliette Gréco

93, Ramatuelle (Var), 23 september, natuurlijke dood

 

Frans zangeres en actrice. Doorgaans zwart geklede muze van de Parijse existentialisten en andere bewoners van de rive gauche in de jaren 40 en 50. Steractrice van Franse en internationale films, en van de legendarische tv-serie Belphégor/Het spook van het Louvre (Claude Barma, 1965). Opvallend in Orphée (Jean Cocteau, 1950), Quand tu liras cette lettre (Jean-Pierre Melville, 1953), de Hemingwayverfilming The Sun Also Rises (Henry King, 1957) en als vertolker van de titelsong in Bonjour tristesse (Otto Preminger, 1958), naar de roman van haar goede vriendin Françoise Sagan.

Debuteerde als non in Les frères Bouquinquant (Louis Daquin, 1947). Ook in de korte film Aller et retour (Alexandre Astruc, 1948), in het als gewaagd ervaren Au royaume des cieux/Het Rijk der Hemelen (Julien Duvivier, 1949), zingend in …sans laisser d’adresse/Onbekende bestemming (Jean-Paul le Chanois, 1951), Saluti e baci (Maurice Labro en Giorgio Simonelli, 1953), de muziekfilm Boum sur Paris (zingend Je haïs les dimanches; Maurice de Canonge, 1953), ook zingend in La châtelaine du Liban /Avonturierster van Beiroet (Richard Pottier, 1956) en in Elena et les hommes/Helena en de mannen (Jean Renoir, 1956), tegenover Eddie Constantine in L’homme et l’enfant/Op het spoor der verdwenen vrouwen (Raoul André, 1956), het Engelse, in Oeganda opgenomen The Naked Earth (Vincent Sherman, 1958), tegenover Errol Flynn in het deels in Tsjaad gedraaide The Roots of Heaven/Opstandig Afrika (John Huston, 1958), het Engelse Whirlpool (top-billed, tevens titelsong; Lewis Allen, 1959), tegenover Orson Welles in Crack in the Mirror (Richard Fleischer, 1960), het deels in Ivoorkust opgenomen The Big Gamble (Fleischer en Elmo Williams, 1961), Maléfices/Sorcery (top-billed; Henri Decoin, 1962), een gastrol in L’amour à la mer (Guy Gilles, 1964), het Duitse Onkel Toms Hütte/De negerhut van oom Tom (Géza von Radványi, 1965),

The Night of the Generals (Anatole Litvak, 1967), een gastrol in Le Far-West (Jacques Brel, 1973), Lily, aime-moi (Maurice Dugowson, 1975), een cameo in Belphégor – Le fantôme du Louvre (Jean-Paul Salomé, 2001) en Jedermanns Fest (Fritz Lehner, 2002). Verschijnt in documentaires als Désordre (Jacques Baratier, 1950), Saint-Germain-des-Prés (Marcello Pagliero, 1951), Saint-Tropez, devoir des vacances (Paul Paviot, 1952), Paris s’éveille (Edourd Logereau, 1952), La nuit des cabarets (Robert Alexandre, 1952), 33 tours et puis s’en vont (Henri Champetier, 1955), Canzoni nel mondo (Vittorio Sala, 1963), Le désordre à vingt ans (Baratier, 1967), Juliette Gréco, l’insoumise (Philippe Pouchain en Yves Riou, 2012) en Hôtel La Louisiane (Michel La Veaux, 2015). Vertolker van de titelsong van Strip-tease (Jacques Poitrenaud, 1963). In Gainsbourg (Vie héroïque) (Joann Sfar, 2010) wordt de rol van Gréco gespeeld door Anna Mouglalis. Omdat ze nog maar 16 was ontsnapte de door de Gestapo gearresteerde en gemartelde verzetsstrijdster Gréco net aan deportatie; mede daardoor bleef ze tot haar dood op de linkerflank van de Franse politiek opereren. Was getrouwd met de acteurs Philippe Lemaire en Michel Piccoli, en tot zijn dood met haar pianobegeleider en Brels componist Gérard Jouannest. Had amoureuze affaires met onder meer schrijver Albert Camus, zanger Sacha Distel, jazzmusicus Miles Davis, producent Quincy Jones en producent Darryl F. Zanuck. Moeder van scriptgirl Laurence Lemaire.

 

Plaats een reactie