Marsha Hunt

104, Sherman Oaks CA, 6 september, natuurlijke dood

Amerikaans actrice en model, voluit Marcia Virginia Hunt. Onder contract bij Paramount en MGM, vanaf 1950 op zwarte lijst van Hollywood wegens vermeende communistische sympathieën. Top-billed in de musical Carnegie Hall (Edgar G. Ulmer, 1947), speelde de moeder in Johnny Got His Gun (Dalton Trumbo, 1971). Was in 1935, toen ze als 17-jarige tekende voor Paramount, een van de bestbetaalde modellen van het land. Filmdebuut in The Virginia Judge (Edward Sedgwick, 1935). Daarna in de westerns Desert Gold (James P. Hogan, 1936) en The Arizona Raiders/Bad Men of Arizona (Hogan, 1936), in Gentle Julia (John G. Blystone, 1936), Hollywood Boulevard (Robert Florey, 1936), Easy to Take (top-billed; Glenn Tryon, 1936),

The Accusing Finger (Hogan, 1936), College Holiday (Frank Tuttle, 1936), Murder Goes to College (Charles Reisner, 1937), Annapolis Salute (Christy Cabanne, 1937), Thunder Trail (Charles Barton, 1937), Born to the West (tegenover John Wayne; Barton, 1937), Come On, Leathernecks! (James Cruze, 1938), Long Shot (Charles Lamont, 1939), Star Reporter (Howard Bretherton, 1939), The Hardys Ride High (George B. Seitz, 1939), Winter Carnival (Reisner, 1939), These Glamour Girls (S. Sylvan Simon, 1939), Irene (Herbert Wilcox, 1940), Pride and Prejudice/Tweestrijd der gevoelens (Robert Z. Leonard, 1940), Ellery Queen, Master Detective (Kurt Neumann, 1940), Flight Command (Frank Borzage, 1940) en Cheers for Miss Bishop (Tay Garnett, 1941). MGM-contract begon met The Trial of Mary Dugan (Norman Z. McLeod, 1941), gevolgd door films als The Penalty (Harold S. Bucquet, 1941), I’ll Wait for You/Man from the City (Robert B. Sinclair, 1941), Blossoms in the Dust (Mervyn LeRoy, 1941), Unholy Partners (LeRoy, 1941), Joe Smith, American (Richard Thorpe, 1942), Kid Glove Killer/Along Came Murder (Fred Zinnemann, 1942), The Affairs of Martha/Once upon a Thursday (top-billed; Jules Dassin, 1942), Panama Hattie (McLeod, 1942), Seven Sweethearts/Zeven charmante tulpen (Borzage, 1942), The Human Comedy/De menselijke komedie (Clarence Brown, 1943), Pilot #5 (George Sidney, 1943), Thousands Cheer (als zichzelf; Sidney, 1943), Cry ‘Havoc’ (Thorpe, 1943), Lost Angel (Roy Rowland, 1943), None Shall Escape/After the Night (top-billed, uitgeleend aan Columbia; André De Toth, 1944), Bride by Mistake (voor RKO; Richard Wallace, 1944), Music for Millions (Henry Koster, 1944),

The Valley of Decision (Garnett, 1945) en A Letter for Evie (top-billed; Dassin, 1946). Daarna in Smash-Up: The Story of a Woman (Stuart Heisler, 1947), The Inside Story/End of the Rainbow (top-billed; Allan Dwan, 1948), Raw Deal/Boven de wet (Anthony Mann, 1948), Jigsaw (cameo; Fletcher Markle, 1949), Take One False Step (Chester Erskine, 1949) en Mary Ryan. Detective (top-billed; Abby Berlin, 1949). Tijdens de blacklisting speelde Hunt alleen in kleine, onafhankelijke producties buiten Hollywood, zoals Actors and Sin/Actor’s Blood and Women of Sin (Ben Hecht, 1952), The Happy Time (Richard Fleischer, 1952), het Britse Diplomatic Passport (top-billed; Gene Martel, 1954), het Filippijnse No Place to Hide (Josef Shaftel, 1955) en Back from the Dead/Bury Me Dead (Charles Marquis Warren, 1957).

Terugkeer naar de studio’s (Warner Bros. in dit geval) met Bombers B-52/No Sleep Till Dawn (Gordon Douglas, 1957). Vervolgens in Blue Denim (Philip Dunne, 1959), The Plunderers (Joseph Pevney, 1960) en Chloe’s Prayer (Maura Mackey, 2006). Ook in veel tv-series, bij voorbeeld Peck’s Bad Girl (1959), The Twilight Zone (episode Elliot Silverstein, 1964) en Star Trek: The Next Generation (episode Rob Bowman, 1992). Gescheiden van editor en later regisseur Jerry Hopper, weduwe van scenarioschrijver Robert Presnell Jr. Niet te verwarren met de gelijknamige zangeres (1946-).

 

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.