Ken Wlaschin


In gesprek met Roger Corman (rechts)
75, Palm Springs CA, 10 november, na een korte ziekte

Amerikaans filmhistoricus en festivalprogrammeur. Werd na een gevarieerde journalistieke loopbaan programmadirecteur van het Britse National Film Theatre en het London Film Festival (1969-84). Daarna directeur van Filmex en de opvolger, het aan het American Film Institute (AFI) gelieerde Los Angeles International Film Festival (1984-93). Vervolgens creatief directeur van AFI. Auteur van een twintigtal boeken, waaronder Bluff Your Way in the Cinema en The Encyclopedia of Opera on Screen.

Anselmo Duarte


89, São Paulo, 7 november, beroerte

Braziliaans regisseur, scenarioschrijver en acteur. Won in 1962 verrassend de Gouden Palm in Cannes voor zijn film O pagador de promessas. Hoewel de ook door Duarte geschreven (naar een toneelstuk van Dias Gomes) film over de mystieke vriendschap tussen een man en zijn ezel het jaar daarop ook voor een Oscar genomineerd zou worden (beste niet-Engelstalige film), behoort Duarte tot een select gezelschap van Palmwinnaars die relatief onbekend zouden blijven (samen met Henri Colpi en Mohammed Lakhdar-Hamina). Wel maakte Duarte in 1971 deel uit van de jury in Cannes. Hij debuteerde als acteur in 1947 in Não me digas adeus van Luis Moglia Barth, maar was al figurant in het onvoltooide It’s All True (Orson Welles, 1942). Groeide in de jaren vijftig uit tot een nationale ster in films als Carnaval no fogo (Watson Macedo, 1949), O caçula do barulho (Riccardo Freda, 1949), Aviso aos navegantes (Macedo, 1950), Tico-tico no fubá (Adolfo Celi, 1952), Sinhá Moça (Tom Payne en Oswaldo Sampaio, 1953), Sinfonia Carioca (Macedo, 1955) en veel later in O caso dos irmãos Naves (Luís Sérgio Person, 1967). Maakte zijn na een studie aan de Parijse filmschool IDHEC zijn regiedebuut met de muzikale komedie Absolutamente certo (tevens hoofdrol; 1957) over een man die het telefoonboek uit zijn hoofd leert. Na de internationale bekroningen vond Duarte geen aansluiting bij de toen in Brazilië dominante cinema novo. De leiders van die beweging als Nelson Pereira dos Santos en Glauber Rocha waren zelfs afgunstig op zijn internationale succes en hij belandde in een bitter isolement. In 1964 nam Duarte met Vereda da salvaçao deel aan de competitie in Berlijn, maar zijn vijf volgende films zouden internationaal niet of nauwelijks vertoond worden en op zeker moment maakte Duarte zelfs zogeheten pornochanchadas.

Derek G. Brechin


57, Glendale CA, 6 november, hartfalen

Oorspronkelijk Schots editor. Monteerde voornamelijk actiefilms, als Stargate (Roland Emmerich, 1994), Cutthroat Island (Renny Harlin, 1995), Executive Decision (Stuart Baird, 1996), Breakdown (Jonathan Mostow, 1997), The Patriot (met Steven Seagal; Dean Semler, 1998), Deep Blue Sea (Harlin, 1999), Romeo Must Die (Andrzej Bartkowiak, 2000), Exit Wounds (Bartkowiak, 2001), Thir13en Ghosts (Steve Beck, 2001), Cradle 2 the Grave (Bartkowiak, 2003), Doom (Bartkowiak, 2005) en Street Fighter: The Legend of Chun-Li (Bartkowiak, 2009).

Christian Barbier


85, Manosque (dep. Alpes de Haute Provence), 3 november, kanker

Frans bijrolacteur. Onder meer in Lucky Jo (Michel Deville, 1964), Week-end à Zuydcoote (Henri Verneuil, 1964), La vie de château (Jean-Paul Rappeneau, 1965), Le franciscain de Bourges (Claude Autant-Lara, 1967), L’armée des ombres (Jean-Pierre Melville, 1969), La horse (Pierre Granier-Deferre, 1968), Jambon d’Ardenne (Benoît Lamy, 1976), L’homme pressé (Édouard Molinaro, 1977), Trois hommes à abattre (Jacques Deray, 1980) en Mayrig (Verneuil, 1991).

José Luis López Vázquez


87, Madrid, 2 november, natuurlijke dood

Spaans acteur. Filmografie omvat een kleine 200 titels, te beginnen met María Fernanda la Jerezana (Enrique Herreros, 1946), waar hij ook als assistent-regisseur bij betrokken was. Speelde aanvankelijk vooral komische rollen. Grootste internationale bekendheid kreeg López Vázquez door zijn optreden in films van Marco Ferreri (El pisito, 1959; El cochecito/Het wagentje, 1960), Carlos Saura (Peppermint frappé, 1967; El jardín de las delicias, 1970; La prime Angélica, 1974; Mamá cumple cien años/Mama wordt 100, 1979) en Luis García Berlanga (El verdugo/De beul ,1963; La escopeta nacional/National Shotgun, 1978). Voorts onder meer in Gli imbroglioni (Lucio Fulci, 1963), Totò d’Arabia (José Antonio de la Loma, 1964), Les pétroleuses (Christian-Jaque, 1971), Travels with my Aunt (George Cukor, 1972), het Catalaanse epos La ciutat cremada (Antoni Ribas, 1976), Letti selvaggi (met Sylvia Kristel; Luigi Zampa, 1979), Plein sud (Luc Béraud, 1981), La colmena (Mario Camus, 1982) en Luna de Avellaneda (Juan José Campanella, 2004).

Met Geraldine Chaplin in de trailer van Peppermint frappé

Manu Verreth


69, Leuven, 30 oktober, ernstige ziekte

Belgisch acteur. Speelde samen met tweelingbroer René Verreth in de populaire Vlaamse televisieserie De collega’s (1978-81) en de eruit voortvloeiende bioscoopfilm De kollega’s maken de brug (tevens productie; Vincent Rouffaer, 1988). Ook in films als Pallieter (Roland Verhavert, 1976), Kasper in de onderwereld (Jef van der Heyden, 1979), Honneponnetje (Ruud van Hemert, 1988) en Daens (Stijn Coninx, 1993). Was ook geruime tijd directeur van het Mechels Miniatuur Theater.