Abbey Lincoln


80, New York, 14 augustus, natuurlijke dood

Afro-Amerikaans jazzzangeres, actrice en burgerrechtenactivist, pseudoniem van Anna Marie Wooldridge, ook soms optredend als Gaby Lee. Speelde tegenover Sidney Poitier de titelrol van een dienstbode, die wil gaan studeren in For Love of Ivy (Daniel Mann, 1968) en kreeg voor die rol een nominatie voor een Golden Globe. Eerder al prominent tegenover Ivan Dixon in Nothing but a Man (Michael Roemer, 1964). Kleine rol in Mo’ Better Blues (Spike Lee, 1990). Was als zangeres te zien in The Girl Can’t Help It (Frank Tashlin, 1956). Getrouwd geweest met drummer Max Roach.

Patrick Cauvin


77, Parijs, 13 augustus, kanker

Frans schrijver van romans en scenario’s, soms onder zijn echte naam Claude Klotz. Auteur van het originele script van drie speelfilms van regisseur Patrice Leconte: Le mari de la coiffeuse (Césarnominatie; 1990), Félix et Lola (2000) en L’homme du train (2002). Verschillende van zijn boeken werden door anderen bewerkt tot films, zoals Dracula, père et fils (Edouard Molinaro, 1976), A Little Romance (naar E=MC2 mon amour; George Roy Hill, 1979) en Entre chiens et loups (Alexandre Arcady, 2002).

Bruno S.


78, Berlijn, 11 augustus, hartfalen

Duits musicus, schilder en niet-professioneel acteur, voluit Bruno Schleinstein. Werd als ‘nobele wilde’ Kaspar Hauser de ster van de speelfilm Jeder für sich und Gott gegen alle (Werner Herzog, 1974), waarin hij voor een deel zichzelf vertolkte. Ondanks het wantrouwen dat Schleinstein koesterde jegens de regisseur, die hij verdacht van exploitatie, speelde hij opnieuw als ‘Bruno S.’ de hoofdrol in Stroszek (Herzog, 1977), als een alcoholist en straatmuzikant die een nieuw leven in Amerika probeert op te bouwen. Eerste filmoptreden was in de titelrol van de documentaire Bruno der Schwarze, es blies ein Jäger wohl in sein Horn (Lutz Eisholz, 1970). Als ongewenst kind van een prostituee was Schleinstein zo hard geslagen dat hij op 3-jarige leeftijd tijdelijk doof werd, voor zwakbegaafd werd aangezien en een twintigtal jaren in psychiatrische inrichtingen doorbracht. Ook te zien als bandoneonspeler in Liebe das Leben, lebe das Lieben (Eisholz, 1977). Hoofdpersoon van de documentaire Bruno S. – Die Fremde ist der Tod (Miron Zownir, 2003). Trad in Berlijn op als xylofonist, accordeonist en klokkenspeler. Exposeerde zijn schilderijen, die worden gerekend tot het domein van de ‘outsider art’ of ‘art brut’.

David L. Wolper


82, Beverly Hills, 10 augustus, hartfalen tijdens het televisiekijken

Amerikaans televisie- en filmproducent. Winnaar van drie Emmy’s, onder meer voor de baanbrekende dramaseries Roots (1977) en Roots: The Next Generation (1979), plus nog zeven andere nominaties, bijvoorbeeld voor The Thorn Birds (1983). Oscarnominatie voor de lange documentaire The Race for Space (Wolper, 1959) en door de Academy onderscheiden met de Jean Hersholt Humanitarian Award (1985). Produceerde ook bioscoopfilms als The Devil’s Brigade (Andrew V. McLaglen, 1968), If It’s Tuesday, This Must Be Belgium (Mel Stuart, 1969), The Bridge at Remagen (John Guillermin, 1969), I Love My Wife (Stuart, 1970), de lange insectendocumentaire The Hellstrom Chronicle (Walon Green en Ed Spiegel, 1971), de eerste verfilming van Roald Dahls Willy Wonka and the Chocolate Factory/Sjakie en de Chocoladefabriek (Stuart, 1972), King, Queen, Knave (Jerzy Skolimowski, 1972), de muziekdocumentaire Wattstax (Stuart, 1973), de documentaire-omnibus over de Olympische Spelen van München Visions of Eight (Michael Pfleghar, Kon Ichikawa, Milos Forman, Claude Lelouch, Joeri Ozerov, Arthur Penn, John Schlesinger en Mai Zetterling, 1973), het oorspronkelijk voor televisie bedoelde Victory at Entebbe (Marvin J. Chomsky, 1976), de muziekfilm This Is Elvis (Malcolm Leo en Andrew Solt, 1981), de documentaire Imagine: John Lennon (Solt, 1988), Murder in the First (Marc Rocco, 1995), Surviving Picasso (James Ivory, 1996) en als executive producer de voor 9 Oscars genomineerde James Ellroy-verfilming L.A. Confidential (Curtis Hanson, 1997). Produceerde ook de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Los Angeles (1984).

George DiCenzo


THE NINTH CONFIGURATION
70, Bucks County PA, 9 augustus, bloedvergiftiging

Amerikaans bijrolacteur. Vooral televisiewerk, ook in films als Across 110th Street (Barry Shear, 1972), Close Encounters of the Third Kind (Steven Spielberg, 1977), The Choirboys (Robert Aldrich, 1977), The Frisco Kid (Aldrich, 1979), The Ninth Configuration (William Peter Blatty, 1980), Gangster Wars (Richard C. Sarafian, 1981), Back to the Future (Robert Zemeckis, 1985), About Last Night (Edward Zwick, 1986), 18 Again! (Paul Flaherty, 1988), The New Adventures of Pippi Longstocking (Ken Annakin, 1988), The Exorcist III (Blatty, 1990), Illuminata (John Turturro, 1998), Hotel (Mike Figgis, 2001) en A Guide to Recognizing Your Saints (Dito Montiel, 2006).

Patricia Neal


84, Edgartown MA, 8 augustus, longkanker

Amerikaans actrice, eigenlijk Patsy Louise Neal. Won een Oscar als beste actrice voor Hud (tegenover Paul Newman; Martin Ritt, 1963) en werd in dezelfde categorie genomineerd voor The Subject Was Roses (Ulu Grosbard, 1968). Turbulente biografie was het onderwerp van de televisiefilm The Patricia Neal Story (Anthony Harvey en Anthony Page, 1981), met Glenda Jackson in de rol van Neal en Dirk Bogarde als haar echtgenoot, de Brits-Noorse schrijver Roald Dahl. Die hielp haar herstellen van een ernstige beroerte in 1965, maar het huwelijk, tevens geteisterd door het verlies in 1962 van een 7-jarig dochtertje aan de mazelen, strandde in 1983. Ook veel publiciteit genereerde Neals zenuwinstorting begin jaren vijftig, nadat Gary Cooper, haar 25 jaar oudere tegenspeler in The Fountainhead (King Vidor, 1949), eerst zijn echtgenote voor haar in de steek had gelaten, maar toch weer was teruggekeerd naar zijn gezin.

De in Kentucky geboren en in Tennessee opgegroeide actrice met een opvallend hese stem debuteerde tegenover Ronald Reagan in John and Mary (David Butler, 1949). Voorts onder meer in The Hasty Heart (tegenover Reagan; Vincent Sherman, 1949), Bright Leaf (met Cooper; Michael Curtiz, 1950), The Breaking Point (naar Ernest Hemingway; Curtiz, 1950), Three Secrets (Robert Wise, 1950), de oorlogsfilm Operation Pacific (met John Wayne; George Waggner, 1951), The Day the Earth Stood Still (Wise, 1951), Week-End with Father (Douglas Sirk, 1951), Diplomatic Courier (Henry Hathaway, 1952), A Face in the Crowd (Elia Kazan, 1957), Breakfast at Tiffany’s (Blake Edwards, 1961), Psyche 59 (Alexander Singer, 1964), In Harm’s Way (Otto Preminger, 1965), The Night Digger (Alastair Read, 1971), Baxter! (Lionel Jeffries, 1973), The Passage (J. Lee Thompson, 1979), Ghost Story (tegenover Fred Astaire; John Irvin, 1981), de titelrol in Cookie’s Fortune (Robert Altman, 1999) en Flying By (Jim Atatulli, 2009). Was gevraagd voor de rol van Mrs. Robinson in The Graduate (Mike Nichols, 1967), maar moest om gezondheidsredenen de eer aan Anne Bancroft laten. Grootmoeder van model en actrice Sophie Dahl.