Eiko Ishioka

72, Tokio, 21 januari, natuurlijke dood

 

Japans kostuumontwerpster, production designer en clipregisseur. Won een Oscar voor kostuums in Bram Stoker’sDracula (Francis Ford Coppola, 1992) en eerder een speciale prijs in Cannes voor productiondesign van Mishima: A Life in Four Chapters (Paul Schrader, 1985), als ‘beste artistieke bijdrage’, samen met cameraman John Bailey en componist Philip Glass. Ontwierp kostuums voor vier films van Tarsem Singh: The Cell (2000), The Fall (2006), Immortals (2011) en het nog uit te brengen Mirror Mirror (2012). Regisseerde de videoclip van Björks Cocoon.

Piet Römer

83, Amsterdam, 17 januari, in zijn slaap

 

Nederlands acteur, eigenlijk Petrus Römer. Enige drievoudige winnaar van de Gouden Televizierring, steeds voor hoofdrollen in fictieseries met een sterk Amsterdams karakter: als de jonge helft van het voddenrapersduo Stiefbeen en zoon (1963), als kastelein Kootje de Beer in ’t Schaep met de 5 pooten (1969) en als inspecteur De Cock in de politieserie Baantjer (1995-2006). Bij het grote publiek dan ook vooral bekend als een halve eeuw continu aanwezig televisieacteur, ook in bijvoorbeeld Varen is fijner dan je denkt (1957-60), Citroentje met suiker (1972), Merijntje Gijzens jeugd (1974), de televisiefilm Voorbij, voorbij (Paul Verhoeven, 1981), als de Hoofdpiet van Sinterklaas bij de NOS (1968-84) en als de oude communist in Levenslied (2011).

Römer was ook een vooraanstaand theateracteur, die zich zonder professionele opleiding in die richting met verve weerde in vooral het moderne repertoire, bij de gezelschappen Puck (1954-60) en Centrum (1961-73). Zijn vertolkingen van personages van Harold Pinter waren vermaard en hij won een Arlecchino voor de beste mannelijke bijrol in de voorstelling van Peter Nichols’ Bloesem van seringen brengt herinneringen/Forget-Me-Not-Lane (1971). In de bioscoop debuteerde Piet Römer met een kleine rol als douanier in De zaak M.P. (Bert Haanstra, 1960), maar trok vooral de aandacht door de hoofdrol van bakker Eppie Bultsma, een Friese verzetsheld in De overval (Paul Rotha, 1962). Ook was hij de verloofde van raamprostituee Blonde Greet (Ronny Bierman) in Wat zien ik?! (Verhoeven, 1971)

en verving hij op het laatste moment Rijk de Gooyer tegenover Johnny Kraaykamp in Heb medelij, Jet! (Frans Weisz, 1975). Ook was hij te zien in Als twee druppels water (Fons Rademakers, 1963), Amsterdam Affair (Gerry O’Hara, 1968), VD (Wim Verstappen, 1972), Het jaar van de kreeft (Herbert Curiël, 1975), als de chauffeur van Peter en de vliegende autobus (Karst van der Meulen, 1977), De bende van hiernaast (Van der Meulen, 1980), De lift (Dick Maas, 1983) en Mevrouw Ten Kate en het beest in de mens (Casper Verbrugge, 1991), alsmede de korte films De zelfontspanner (Rimko Haanstra, 1975), Vier manieren om je vrouw (Hans van Beek, 1980) en Johnnie (Sjef Verbraaken, 1982). Tweelingbroer van televisieregisseur Paul Römer werd de aartsvader van een dynastie van acteurs en televisieproducenten. Zoon Paul (1962) werd directeur van productiemaatschappij Endemol en is nu directeur van omroep NTR. Zoon Peter (1952) werd acteur en hoofd drama van Endemol, waar hij onder meer het initiatief nam tot Baantjer. Ook is Peter vader van acteurs Thijs (1978) en Nienke Römer (1975). Piets zoon Han (1948) acteerde onder meer bij toneelgroep Baal, zoon Bart (1957) was toneelschrijver, televisiedirecteur van de KRO en is nu netmanager van Nederland 2.

Gustav Leonhardt

83, Amsterdam, 16 januari, natuurlijke dood

 

Nederlands klavecinist, organist en dirigent. Een van de grondleggers van de authentieke uitvoeringspraktijk van barokmuziek, met name gespecialiseerd in het werk van Bach. Speelde de hoofdrol en werk van Johann Sebastian Bach in de film Chronik der Anna Magdalena Bach (Jean-Marie Straub en Danièle Huillet, 1968), een sober portret dat zich hoofdzakelijk op de muziek en haar uitvoering concentreert. Een fragment uit de Bach-film dook op in Falsche Bewegung (Wim Wenders, 1975) en Leonhardt was verantwoordelijk voor de muziek in Dalla nube alla resistenza (naar Pavese; Straub en Huillet, 1979). Ook is Leonhardt te horen op de soundtrack van Höstsonaten/Herfstsonate/Autumn Sonata (Ingmar Bergman, 1978) en Hannah and Her Sisters (Woody Allen, 1986). Won in 1980 de Erasmusprijs.

Rosy Varte

88, Neuilly-sur-Seine (dep. Hauts-de-Seine), 14 januari, longontsteking na bronchitis

 

In Turkije geboren Frans entertainer en actrice van Armeense afkomst, pseudoniem van Nevarte Manouelian. Was onder meer de moeder van Colette (Marie-France Pisier) in L’amour à 20 ans (episode François Truffaut, 1962) en het vervolg L’amour en fuite (Truffaut, 1979) en de heldin van de televisieserie Maguy (1985-92), de Franse remake van Maude (1972-78) met Bea Arthur. Debuteerde met klein rolletje in Manon (Henri-Georges Clouzot, 1949). Ook in onder meer Minuit…Quai de Bercy (Christian Stengel, 1953), Les hommes ne pensent qu’à ça (Yves Robert, 1954), Les assassins du dimanche (Alex Joffé, 1957), En légitime défense (André Berthomieu, 1958), Le petit prof (Carlo Rim, 1959), Le gigolo (Jacques Deray, 1960), Fortunat (Joffé, 1960), Le tracassin ou les plaisirs de la ville (Joffé, 1961), als de moeder van Catherine Deneuve in Un monsieur de compagnie (Philippe de Broca, 1964), Thomas l’imposteur (Georges Franju, 1965), Les sultans (Jean Delannoy, 1966), Trois enfants…dans le désordre (Léo Joannon, 1966), Le voyage du père (Denys de la Patellière, 1966), de titelrol in Salut Berthe! (Guy Lefranc, 1968), tegenover Jacques Brel in Mon oncle Bemjamin (Edouard Molinaro, 1969), Le pistonné (Claude Berri, 1970), Le viager (Pierre Tchernia, 1972), Le bar de la fourche (met Brel; Alain Levent, 1972), La belle affaire (Jacques Besnard, 1973), Peur sur la ville (Henri Verneuil, 1975), Molières Le bourgeois gentilhomme (Roger Coggio, 1983), Garçon! (Claude Sautet, 1983) en Joyeuses Pâques (Georges Lautner, 1984).

Mila Parély

94, Vichy, 14 januari, natuurlijke dood

 

Frans actrice van Poolse afkomst, pseudoniem van Olga Perzynsky. ‘Femme fatale’ van de Franse cinema, wegens haar woonplaats bijgenaamd Madame Vichy. Opvallende hoofdrollen in La règle du jeu (Jean Renoir, 1939) en Les anges du péché (Robert Bresson, 1943). Speelde een kleinere rol tegenover Jean Marais in La belle et la bête (Jean Cocteau, 1946). Debuteerde in de komedie L’amour qu’il faut aux femmes (Adolf Trotz, 1933). Daarna kleine rollen in films als Liliom (Fritz Lang, 1934), On a trouvé une femme nue (Léo Joannon, 1934), Valse royale (Jean Grémillon, 1935), Les jumeaux de Brighton (Claude Heymann, 1935), Mister Flow (Robert Siodmak, 1936), La fin des Romanoff/De tragedie van een keizerrijk (Marcel l’Herbier, 1938), Le drame de Shanghaï (Georg Wilhelm Pabst, 1938). Remontons les Champs-Élysées (Sacha Guitry, 1938), Circonstances atténuantes (Jean Boyer, 1939), La charrettefantôme/De voerman (Julien Duvivier, 1939),

Le grand élan/De groote overwinning (Christian-Jaqueen Harry R. Sokal, 1940) en Le camion blanc/Zigeunerwetten (Joannon, 1943). Voorts onder meer Monsieur des Lourdines (Pierre de Hérain, 1943), Les Roquevillard/Het geslacht Roquevillard (Jean Dréville, 1943), Donne-moi tes yeux (Guitry, 1943), Le cavalier noir (Gilles Grangier, 1945), Le père Serge (naar Tolstoi; Lucien Ganier-Raymond, 1945), Étoile sans lumière (tegenover Edith Piaf; Marcel Blistène, 1946), Destins (tegenover Tino Rossi; Richard Pottier, 1946), als George Sand in Rêves d’amour (Christian Stengel, 1947), het Britse Snowbound (David MacDonald, 1948), Mission à Tanger (André Hunebelle, 1949) Le plaisir (Max Ophüls, 1952) en de Hammer-productie Blood Orange (Terence Fisher, 1953). Late gastrol tegenover Maruschka Detmers in Comédie d’été (Daniel Vigne, 1987). Weduwe van autocoureur Tomas Mathieson.

Pierre Gamet

67, Parijs, 12 januari, natuurlijke dood

 

Frans geluidsman. Toonaangevend geluidsman voor later werk van nouvellevagueveteranen en hun opvolgers. Won vier keer een César: Clair de femme (Costa-Gavras, 1979), Cyrano de Bergerac (Jean-Paul Rappeneau, 1990), Tous les matins du monde (Alain Corneau, 1992) en Le hussard sur le toit (Rappeneau, 1995). Daarnaast nog dertien keer genomineerd: Malevil (Christian de Chalonge, 1981), Les qurantièmes rugissants(De Chalonge, 1982), Fort Saganne (Corneau, 1984), L’amour à mort (Alain Resnais, 1984), Harem (Arthur Joffé, 1985), Jean de Florette (Claude Berri, 1986), Bunker PalaceHôtel (Enki Bilal, 1989), Germinal (Berri, 1993), Le cousin (Corneau, 1997), Amen. (Costa-Gavras, 2002), 8 femmes (François Ozon, 2002), Bon voyage (Rappeneau, 2003) en Ne le dis à personne (Guillaume Canet, 2006).

Geluidsmixerbij een kleine 140 films, te beginnen met Quelque part quelqu’un (Yannick Bellon, 1972). Onder veel meer Le milieu du monde (Alain Tanner, 1974), Pas si méchant que ça (Claude Goretta, 1976), Noroît (Jacques Rivette, 1976), Jonas quiaura 25 ans en l’an 2000 (Tanner, 1976), La dentellière (Goretta, 1977), Repérages (Michel Soutter, 1977), Va voir maman, papa travaille (François Leterrier, 1978), Passe ton bac d’abord (Maurice Pialat, 1978), Messidor (Tanner, 1979), Retour à Marseille (René Allio, 1980), La provinciale (Goretta, 1981), Il faut tuer Birgitt Haas (Laurent Heynemann, 1981), Merry-go-round (Rivette, 1981), La lune dans le caniveau (Jean-Jacques Beineix, 1983), Vivement dimanche! (François Truffaut, 1983),

L’amour par terre (Rivette, 1984), Détective (Jean-Luc Godard, 1985), Manon des Sources (Berri, 1986), Cronaca di una morte annunciata (Francesco Rosi, 1987), Betrayed (Costa-Gavras, 1988), Drôle d’endroit pour une rencontre (François Dupeyron, 1988), Nocturne indien (Corneau, 1989), Music Box (Costa-Gavras, 1989), ‘Merci la vie(Bertrand Blier, 1991), Mon père, ce héros (Gérard Lauzier, 1991), 1492: Conquest of Paradise (Ridley Scott, 1992), Una pura formalità (Giuseppe Tornatore, 1994), Two Much (Fernando Trueba, 1995), Mon homme (Blier, 1996), Lucie Aubrac (Berri, 1997), La niña de tus ojos (Trueba, 1998), C’est quoi la vie? (Dupeyron, 1999), Stupeur et tremblements (Corneau, 2003), Alatriste (Agustín Díaz Yanes, 2006) en Les petits mouchoirs (Canet, 2010). Postuum zal zijn naam nog verschijnen op de credits van La vie d’une autre (Sylvie Testud, 2012), El artista y la modelo (Trueba, 2012) en Les infidèles (Michel Hazanavicius en anderen, 2012).