Betsy Blair


Marty

85, Londen, 13 maart, kanker

Amerikaans actrice, pseudoniem van Elizabeth Winifred Boger. Oscarnominatie voor Marty (Delbert Mann, 1955), na vier jaar op de zwarte lijst van Hollywood te hebben gestaan, ook al was ze geweigerd voor het lidmaatschap van de communistische partij. Aanvankelijk vooral theateractrice. Filmdebuut in The Guilt of Janet Ames (Henry Levin, 1947). Onder meer in A Double Life (George Cukor, 1947), The Snake Pit (Anatole Litvak, 1948), Mystery Street (John Sturges, 1950), Kind Lady (Sturges, 1951), top-billed in Rencontre à Paris (Georges Lampin, 1956), Calle Mayor (top-billed; Juan Antonio Bardem, 1956), The Halliday Brand (Joseph H. Lewis, 1957), Il grido (Michelangelo Antonioni, 1957), I delfini (Francesco Maselli, 1960), All Night Long (Basil Dearden, 1962), Senilità (Mauro Bolognini, 1962), Mazel Tov ou le mariage (Claude Berri, 1969), A Delicate Balance (Tony Richardson, 1973), Gejaagd door de winst (Robbe De Hert en Guido Henderickx, 1978) en Betrayed (Costa-Gavras, 1988). Publiceerde in 2003 de autobiografie The Memory of All That. Getrouwd geweest met danser en regisseur Gene Kelly, weduwe van regisseur Karel Reisz.

Met José Suárez in Calle Mayor

Jenny Tanghe

82, Gent, 11 maart, natuurlijke dood

Belgisch actrice. Veel televisie, vooral bekend door de rol van Moeder Cent in Wij, heren van Zichem (Maurits Balfoort, 1969), maar ook in De collega’s (1980-81), FC De Kampioenen (1990-2006) en Het verdriet van België (Claude Goretta, 1995). Enkele bijrollen in films: Hoe zotter, hoe liever (Edith Kiel, 1960), Mira (Fons Rademakers, 1971), Verbrande brug (Guido Henderickx, 1975), Een vrouw tussen hond en wolf (André Delvaux, 1979), Menuet (Lili Rademakers, 1982), Benvenuta (Delvaux, 1983), Het gezin Van Paemel (Paul Cammermans, 1986), De Vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995), Elixir d’Anvers (diverse regisseurs, 1996), De man van staal (Vincent Bal, 1999), Pauline & Paulette (Lieven Debrauwer, 2001) en de korte films Drive Me Crazy (Kim Wyns, 2004), Knokke Boulevard (Hendrik Verthé, 2005) en Badoir (Diego Deceuninck, 2005).

Fragment uit Badoir

Péter Bacsó

81, Boedapest, 11 maart, na een lange ziekte

In Tsjechoslowakije geboren Hongaars regisseur en scenarioschrijver. Maakte ruim dertig films. Debuteerde als regisseur in 1964 met Nyáron egyszerü. Daarvoor alleen scenarist, bijvoorbeeld van Édes Anna ( Zoltán Fábri, 1958), Két felidö a pokolban/The Last Goal (Fábri, 1962), Szerelem/Love (Károly Makk, 1971) en Egy erkölcsös éjszaka/ A Very Moral Night (Makk, 1977). Internationaal verwierf hij de meeste bekendheid met eigen, ook door hem geschreven films als Szerelmes biciclisták (1965), Feljövés/The Fatal Shot (1968), A tanú/De getuige (1970, maar door de censuur verboden tot 1979), Kitörés/Breakout (geschreven samen met György Konrád; 1971), Jelenidö/Present (Zilveren Luipaard in Locarno; 1972) en de internationale coproductie Der Mann der sich in Luft auflöste (naar Sjöwall en Wahlöo, met Derek Jacobi; 1980). Zijn laatste film was Majdnem szüz/Virtually a Virgin (2008).

Trailer van Virtually a Virgin

Tullio Pinelli

100, Rome, 7 maart, natuurlijke dood

Italiaans scenarioschrijver. Ontmoette in 1947, volgens de overlevering bij een kiosk waar ze dezelfde krant lazen, de latere regisseur Federico Fellini. Medewerking aan de scenario’s van diens films bezorgde Pinelli vier Oscarnominaties: I vitelloni (1953), La strada (1954), La dolce vita (1960) en 8 1/2 (1963). Schreef voor Fellini bovendien Luci del varietà (1950), Lo sceicco bianco (1952), Il bidone (1955), Le notti di Cabiria (1957), een episode in Boccaccio ’70 (1962), Giulietta degli spiriti (1965), Ginger e Fred (1986) en La voce della luna (1990). Eerste geproduceerde scenario: In cerca della felicità (Giacomo Gentilomo, 1944). Voorts films als Il bandito (Alberto Lattuada, 1946), de episode Il miracolo (samen met Fellini) in L’amore (Roberto Rossellini, 1948), In nome della legge (Pietro Germi, 1949), Il mulino del Po (Lattuada, 1949), Il cammino della speranza (Germi, 1950), vijf van de zes episoden in L’amore in città (Fellini, Lattuada, Carlo Lizzani, Dino Risi en Michelangelo Antonioni), Fortunella (Eduardo De Filippo, 1958), Erode il Grande (Viktor Tourjansky, 1959), Adua e le compagne (Antonio Pietrangeli, 1960), Francesco d’Assisi (Liliana Cavani, 1966), Galileo (Cavani, 1969), Il giardino dei Finzi-Contini (Vittorio de Sica, 1970), Alfredo, Alfredo (Germi, 1972), Amici miei (Mario Monicelli, 1975), Per le antiche scale (Mauro Bolognini, 1976), Viaggio con Anita (Monicelli, 1979), Amici miei atto II (Monicelli, 1982) en Speriamo che sia femmina (Monicelli, 1986).

Opening van 8 1/2

Václav Bedrich


De grote kaasroof

90, Praag, 7 maart, natuurlijke dood

Tsjechisch animatieregisseur. Regisseerde de lange tekenfilm De grote kaasroof/Velka syrova loupez (1986). Won een Zilveren Beer voor de korte animatiefilm SSS (1975) en werkte als animator begin jaren zestig (als V. Bedrick) aan verschillende cartoons met Tom & Jerry .

Horton Foote

92, Hartford CT, 4 maart, doodsoorzaak onbekend

Amerikaans toneel- en scenarioschrijver. Aanvankelijk weinig succesvol toneelspeler. Situeerde de meeste van zijn stukken en films in een klein stadje in Texas, zoals zijn geboorteplaats Wharton. Won een Pulitzerprijs voor zijn stuk The Young Man from Atlanta (1995) en twee Oscars, voor het originele script van Tender Mercies (Bruce Beresford, 1983) en de bewerking van Harper Lee’s roman To Kill a Mockingbird (Robert Mulligan, 1962). Oscarnominatie voor zijn eigen adaptatie van The Trip to Bountiful (geregisseerd door zijn neef Peter Masterson, 1985), die Geraldine Page een Oscar als beste actrice bezorgde. Schreef ook Storm Fear (Cornel Wilde, 1955), Baby the Rain Must Fall (naar zijn stuk The Travelling Lady; Mulligan, 1965), The Chase (Arthur Penn, 1966), Hurry Sundown (Otto Preminger, 1967), Tomorrow (Joseph Anthony, 1972), Convicts (Masterson, 1991), Of Mice and Men (naar de roman van John Steinbeck; Gary Sinise, 1992) en het nog niet uitgebrachte Main Street (John Doyle, 1992).

Trailer van The Trip to Bountiful