Dev Anand

88, Londen, 3 december, natuurlijke dood

 

Indiaas acteur, regisseur en producent. Broer van filmmakers Chetan en Rajiv Anand werd in de jaren vijftig en zestig een van de populairste Bollywoodidolen. Debuteerde in Hum ek hain/We Are One (PL Santoshi, 1946), doorbraak als ster in Ziddi/Stubborn (ShahidLateef, 1948). Grootste successen: Guide (Vijay Anand, 1965), Jewel Thief (V. Anand, 1967), Johny mera nam/My Name is Johny (V. Anand, 1970) en Tere mere sapne/Our Dreams (V. Anand, 1971). Eerste film als regisseur was Prem pujari/The Worshipper of Love (1970), gevolgd door hits als Haré Raama haré Krishna (1971) en Des pardes/At Home and Abroad (1978), alle met serieuze thema’s als illegale immigratie en drugsverslaving. Producent vanaf 1950, te beginnen met Afsar (C. Anand). Won vier Filmfare Awards: beste acteur in Kalapani (Raj Ghosla, 1958), beste acteur en film voor Guide (1965) en een ‘lifetime achievement award’ in 1993.

Bill McKinney

80, San Fernando CA, 1 december, slokdarmkanker

 

Amerikaans bijrolacteur, gespecialiseerd in schurken en engerds. Ontleent zijn grootste faam aan de rol van the MountainMan in Deliverance (John Boorman, 1972), zijn eerste film van betekenis. Sindsdien onder meer in Junior Bonner (Sam Peckinpah, 1972), The Life and Times of Judge Roy Bean (John Huston, 1972), Cleopatra Jones (Jack Starrett, 1973), The Outfit (John Flyn, 1973), The Executionof Private Slovik (Lamont Johnson, 1974), Thunderbolt and Lightfoot (Michael Cimino, 1974), The Parallax View (Alan J. Pakula, 1974), Breakheart Pass (Tom Gries, 1975), The Outlaw Josey Wales (Clint Eastwood, 1976), Cannonball! (Paul Bartel, 1976), The Shootist (Don Siegel, 1976), Valentino (Ken Russell, 1977), The Gauntlet (Eastwood, 1977), Every Which Way But Loose(met Eastwood; James Fargo, 1978), Bronco Billy (Eastwood, 1980), Any Which Way You Can (met Eastwood; Buddy Van Horn, 1980), First Blood (Ted Kotcheff, 1982), Heart Like a Wheel (Jonathan Kaplan, 1983), Against All Odds (Taylor Hackford, 1984), Pink Cadillac (met Eastwood; Van Horn, 1989), Back tothe Future Part III (Robert Zemeckis, 1990), The Green Mile(Frank Darabont, 1999), Looney Tunes: Back in Action (Joe Dante, 2003), Undertow (David Gordon Green, 2004), The Devil Wears Spurs (top-billed; Charlton Thorp, 2006), Pride and Glory (Gavin O’Connor, 2008) en How Do You Know (James L. Brooks, 2010).

 

Zdenek Miler

90, NováVes pod Plesí (district Pfibram), 30 november, natuurlijke dood

 

Tsjechisch animatiefilmer. Maakte tussen 1957 en 2002 een vijftigtal korte films over een mol, in het Tsjechisch Krtek. Die werden in de hele wereld op televisie vertoond, in Nederland bijvoorbeeld in Het programma met de Muis (NOS, 1973-75) en Filmclub (VARA, 1984-86). Een compilatie van die korte films werd in 2005 in de bioscoop uitgebracht als De avonturen van het Molletje en is daar een evergreen geworden. In de eerste film Jak Krtek ke kalhotkám prisel/How the Mole Got His Trousers (1957) sprak de hoofdfiguur nog met woorden, maar later verviel de mol slechts in klanken, wat de filmpjes internationaal aantrekkelijk maakte voor jonge kinderen. Daarnaast regisseerde Miler de tekenfilm O milionári, ktery ukradl slunce/The Millionaire Who Stole the Sun (1948) en een zevental films over een krekel, Cvrcek (1977-79).

 

Vittorio de Seta

88, SelliaMarina (prov. Catanzaro), 28 november, natuurlijke dood

 

Italiaans regisseur, cameraman en producent. Bekend geworden door een reeks etnografische documentaires over het landleven in Sicilië en Sardinië. Pasqua in Sicilia (1954), Lu tempu di li pisci spata (1955), Isole di fuoco (1954), Sulfatara (1955), Contadini del mare (1955), Parabola d’oro (1955), Pescherecci (1957), Pastori d’Orgosolo (1958) en Un giorno a Barbagia (1958).


Le Monde perdu, Vittorio de Seta (1954-1959)… door carlottafilms

Beide laatste films behandelden onder meer veediefstallen en banditisme onder de arme herders van oostelijk Sardinië en mondden uit in een eerste speelfilm, Banditi a Orgosolo (1961), die verwelkomd werd als een terugkeer van het neorealisme. De Seta, aanvankelijk architect en assistent-regisseur van Jean-Paul le Chanois ging echter in zijn volgende films meer de kant op van het nihilisme van Michelangelo Antonioni. Zijn volgende speelfilms, Un uomo a metà (1966) en L’invitée (1970) vonden minder weerklank. Daarna maakte hij nog de documentaire In Calabria (1993) en  de speelfilm Lettere dal Sahara (2005).

Ken Russell

84, Lymington(graafschap Hampshire), 27 november, natuurlijke dood in zijn slaap

 

Engels regisseur, scenarioschrijver en producent. Flamboyant en controversieel maker van barokke films, vaak over liederlijke kunstenaars en componisten, perverse nonnen of cynische hoeren. Past in een Britse onderstroom van romantische decadentie, waartoe ook filmers als Michael Powell en Emeric Pressburger en Derek Jarman behoorden. Had het vaak aan de stok met de filmcritici, die hem een gebrek aan maatvoering verweten, maar de negatieve ontvangst van The Music Lovers (1971, met Richard Chamberlain als de geprangde homoseksueel Tsjaikovski), slechts een week in een Amsterdamse bioscoop te zien, was een van de eerste aanleidingen voor mij om te denken dat ik wel beter wist.

Oscarnominatie voor regie van zijn grootste hit, de verfilming van D.H. Lawrences Women in Love (1969), die Glenda Jackson een Oscar bezorgde en tot een ster maakte, en schandaal veroorzaakte door een worstelscène tussen de naakte Alan Bates en Oliver Reed voor het haardvuur.

Aanvankelijk zeeman, balletdanser en stillfotograaf. Maakte enkele korte amateurfilms, zoals Amelia and the Angel (1957), Peep Show (1958) en Lourdes (1958), die leidden tot opdrachten van de BBC. Hij produceerde, schreef en regisseerde kunstenaarsportretten voor televisie, zoals Shelagh Delaney’s Salford (1965) en exuberante biografische films over componisten: Elgar, Prokofjev, Debussy, Bartók, Delius, Richard Strauss, architect Gaudi en danseres Isadora Duncan. Officieel filmdebuut met de komedie French Dressing (1964), gevolgd door het derde avontuur van Michael Caine als geheim agent Harry Palmer, getiteld Billion Dollar Brain (1967). In de jaren zeventig bleef Russell veel aandacht trekken met films als het door de censuur zwaar getroffen The Devils (middeleeuwse orgieën en satanisme; 1971), de musical The Boyfriend (met model Twiggy; 1971), Savage Messiah (over beeldhouwer Henri Gaudier-Brzeska; 1972), Mahler (1974),

de filmversie van rockopera van The Who Tommy (1975), Lisztomania (1975) en Valentino (met danser Rudolf Nureyev in de titelrol van het matinee-idool; 1977). Twee Hollywoodfilms van Russell waren minder succesvol, het spirituele Altered States (met William Hurt in een zoutwatertank; 1980) en het erotische Crimes of Passion (met Kathleen Turner als topescort China Blue; 1984). De latere films van Russell waren meer gematigd en daardoor nogal teleurstellend: Gothic (over Byronen Shelley; 1986), een segment van Aria (1987), de Cannon-productie Salome’s Last Dance (naar Oscar Wilde; 1988). The Lair of the White Worm (1988), The Rainbow (1989) en Whore (1991). Sindsdien weer teruggekeerd naar televisie en korte films.

 

Leonard Stone

Syd Cain

93, Londen, 21 november, natuurlijke dood

 

Engels decorontwerper en production designer. Ontwikkelde props voor de vroege James Bond-films Dr. No (Terence Young, 1962), From Russia with Love (Young, 1963) en On Her Majesty’s Secret Service (Peter R. Hunt, 1969). Art director van The Road to Hong Kong (Norman Panama, 1962), Summer Holiday (Peter Yates, 1963), Call Me Bwana (Gordon Douglas, 1963), Mister Moses (Ronald Neame, 1965), Fahrenheit 451 (tevens production design; François Truffaut, 1966) en de Bond-film Live and Let Die (superviserend; Guy Hamilton, 1973). Production designer van  The Amorous Adventures of Moll Flanders(Young, 1965), Billion Dollar Brain (Ken Russell, 1967), Frenzy (Alfred Hitchcock, 1972), Fear is the Key (Michael Tuchner, 1973), Gold (Hunt, 1974), Shout at the Devil (Hunt, 1976), Aces High (Jack Gold, 1976), The Wild Geese (Andrew V. McLaglen, 1978), The Sea Wolves (McLaglen, 1980), Lion of the Desert (Moustapha Akkad, 1981), Who Dares Wins (Ian Sharp, 1982) en Wild Geese II (Hunt, 1985).