Dom DeLuise


75, Santa Monica, 4 mei, nierfalen en ademhalingscomplicaties bij kanker

Amerikaans komisch acteur en regisseur. Werd vooral bekend door zijn rollen in films van Mel Brooks (The Twelve Chairs, 1970; Blazing Saddles, 1974; Silent Movie, 1976; als Caesar in History of the World, Part I, 1981; de stem van Pizza the Hutt in Spaceballs, 1987; Robin Hood: Men in Tights, 1993) en tegenover Burt Reynolds: Silent Movie (Brooks, 1976), The End (Reynolds, 1978), Smokey and the Bandit II (Hal Needham, 1980), The Cannonball Run (Needham, 1981), The Best Little Whorehouse in Texas (Colin Higgins, 1982), Cannonball Run II (Needham, 1984) en in de stemmencast van de animatiefilm All Dogs Go to Heaven (Don Bluth, 1989). Televisiekomiek maakte zijn filmdebuut in Diary of a Bachelor <(Sandy Howard, 1964). Ook in films als Fail-Safe (Sidney Lumet, 1964), The Glass Bottom Boat (Frank Tashlin, 1966), The Busy Body (William Castle, 1967), What’s So Bad about Feeling Good? (George Seaton, 1968), Who Is Harry Kellerman and Why Is He Saying Those Terrible Things about Me? (Ulu Grosbard, 1971), The Adventure of Sherlock Holmes’ Smarter Brother (Gene Wilder, 1975), The World’s Greatest Lover (Wilder, 1977), tegenover Mae West in Sextette (Ken Hughes, 1978), The Cheap Detective (Robert Moore, 1978), The Muppet Movie (James Frawley, 1979), Fatso (Anne Bancroft, 1980), The Last Married Couple in America (Gilbert Cates, 1980), Wholly Moses! (Gary Weis, 1980), Haunted Honeymoon (Wilder, 1986), Going Bananas (top-billed; Boaz Davidson, 1987), Loose Cannons (Bob Clark, 1990), Il silenzio dei prosciutti/The Silence of the Hams (Ezio Greggio, 1994), Baby Geniuses (Clark, 1999) en top-billed in Breaking the Fifth (Austin Smithard, 2004). Was als stemacteur te horen in bijvoorbeeld The Secret of NIMH (Bluth, 1982), An American Tail (Bluth, 1986), de Disneytekenfilm Oliver & Company (George Scribner, 1988), An American Tail: Fievel Goes West (Phil Nibbelink en Simon Wells, 1991), A Troll in Central Park (Bluth en Gary Goldman, 1994) en All Dogs Go to Heaven 2 (Larry Leker en Paul Sabella, 1996). DeLuise regisseerde zelf een film, de helersklucht Hot Stuff (1979), met onder meer de onlangs overleden Suzanne Pleshette en Jerry Reed, zichzelf en zijn echtgenote Carol Arthur alsmede hun zonen Peter en David DeLuise. Auteur van verschillende kook- en kinderboeken.

Jane Randolph

93, Saanen (bij Gstaad), 4 mei, complicaties van heupoperatie

Amerikaans filmactrice, pseudoniem van Jane Roemer. Speelde hoofdrollen en second leads in genrefilms (horror, film noir) van de jaren veertig. Vooral bekend als Alice in Cat People (Jacques Tourneur, 1942) en het vervolg, Curse of the Cat People (Robert Wise en Gunther von Fritsch, 1944). Aanvankelijk onder contract bij Warner Bros., waar ze buiten de credits bleef in films als Dive Bomber (Michael Curtiz, 1941) en One Foot in Heaven (Irving Rapper, 1941), Promoveerde naar hoofdrollen voor RKO, zoals The Falcon’s Brother (Stanley Logan, 1942) en Highways by Night (Peter Godfrey, 1942). Ook in The Falcon Strikes Back (Edward Dmytryk, 1943), In the Meantime, Darling (Otto Preminger, 1944), A Sporting Chance (top-billed; George Blair, 1945), Jealousy (Gustav Machaty, 1945), In Fast Company (Del Ford, 1946), de Hopalong Cassidy-western Fool’s Gold (George Archainbaud, 1947), Railroaded! (Anthony Mann, 1947), T-Men (Mann, 1947), Open Secret (John Reinhardt, 1948) en Bud Abbott and Lou Costello Meet Frankenstein (Charles Barton, 1948). Trouwde in 1949 met de Spaanse producent Jaime del Amo en trok zich terug in een bestaan als societydame en amateurschilderes.

Trailer van The Curse of the Cat People

Ton Lutz


89, Amsterdam, 3 mei, na een kort ziekbed

Nederlands acteur en theaterregisseur, voluit Antonius Cornelis Lutz. Oudere broer van de acteurs Luc en Pieter Lutz. Vermaard vertolker van Tsjechov en het klassieke repertoire, winnaar van de Louis d’Or in 1968 (De architect en de keizer van Assyrië) en 1983 (Über alle Gipfeln ist Ruh’). Regisseur van vroeg werk van Hugo Claus (Een bruid in de morgen, Suiker). Artistiek leider van Zuidelijk Toneel Globe en het Publiekstheater, sinds 1951 docent aan de Amsterdamse Toneelschool. Speelde ook in enkele films, zoals een aflevering van Secret File USA (Operation Acropolis, Harold Young, 1954), als de verteller in beeld in Fanfare (Bert Haanstra, 1958), in De vijanden (Claus, 1968), Champagne Rose Is Dead (Calvin Floyd, 1970), de televisieversie van Vondels Lucifer (Adriaan Ditvoorst en Hans Croiset, 1981), het drieluik Het verleden (episode Mevrouw Van der Putte, Roy Logger, 1982), In de schaduw van de overwinning (Ate de Jong, 1986) en de eindexamenfilm (St, Joost, Breda) Hartenaas (Christopher Rijder, 1996). Zijn stem was onder meer te horen in de documentaires ’t Is een vreemdeling zeker (Theo van Haren Noman, 1962), Wederzijds (Gerard Rutten, 1963), Leven of theater (Kees Hin, 1987) en Magnitogorsk (als Joris Ivens; Pieter Jan Smit, 1997). Ook kwam Lutz aan het woord in de documentaireserie Allemaal theater (2004), vooral over de legendarische Tsjechovregisseur Pjotr Sjarov. Sinds 1984 officier in de Orde van Oranje Nassau. Getrouwd met actrice Ann Hasekamp.

Fred Delmare


87, Leipzig, 1 mei, longontsteking

Duits bijrolacteur, pseudoniem van Werner Vorndran. Speelde in een groot aantal Oost-Duitse speelfilms, zoals Ernst Thälmann – Führer seiner Klasse (Kurt Maetzig, 1955), als Marinus van der Lubbe in Der Teufelskreis (Carl Balhaus, 1956), Schneewittchen (Gottfried Kolditz, 1961), Nackt under Wölfen (Frank Beyer, 1963), Denk bloß nicht, ich heule (Frank Vogel, 1965, door censuur pas vertoond in 1990), Die Legende von Paul und Paula (Heiner Carow, 1973) en Beethoven – Tage aus einem Leben (Horst Seemann, 1976).

Bea Arthur

86, Los Angeles, 25 april, kanker

Amerikaans (televisie)actrice, geboren als Beatrice Frenkel. Vooral bekend als hoofdrolspeelster in de tv-series Maude (Emmy 1977) en The Golden Girls (Emmy 1988). Was ook te zien in films als Lovers and Other Strangers (Cy Howard, 1970), Mame (Gene Saks, 1974), History of the World: Part I (Mel Brooks, 1981), For Better or Worse (Jason Alexander, 1995) en Enemies of Laughter (Joey Travolta, 2001). Getrouwd geweest met regisseur Gene Saks.

Begincredits en fragment uit Maude

Jack Cardiff

94, Kent, 22 april, na een korte ziekte

Engels cameraman en regisseur, geboren als John G. J. Gran. Won een Oscar als cameraman van Black Narcissus (Michael Powell en Emeric Pressburger, 1947) en in 2001 voor zijn hele oeuvre, als algemeen erkend grootmeester van de Technicolorbelichting. Oscarnominaties voor het beeld van War and Peace (King Vidor, 1956) en Fanny (Joshua Logan, 1961) en de regie van Sons and Lovers (1960). Zoon van music hall-artiesten speelde als kind in films als My Son, My Son (1918), Billy’s Rose (Challis Sanderson, 1922) en Tiptoes (Herbert Wilcox, 1927). Camera-assistent vanaf 1929, debuut als director of photography met Wings of the Morning (Harold D. Schuster, 1937). Fotografeerde onder meer de documentaire Western Approaches (Pat Jackson, 1945), Caesar and Cleopatra (Gabriel Pascal, 1945), A Matter of Life and Death (Powell en Pressburger, 1946), The Red Shoes (Powell en Pressburger, 1948), Scott of the Antarctic (Charles Frend, 1949), Under Capricorn (Alfred Hitchcock, 1949), Pandora and the Flying Dutchman (Albert Lewin, 1951), The African Queen (John Huston, 1951), The Barefoot Contessa (Joseph L. Mankiewicz, 1954), The Prince and the Showgirl (Laurence Olivier, 1957), The Vikings (Richard Fleischer, 1958), Crossed Swords/The Prince and the Pauper (Fleischer, 1977), Death on the Nile (John Guillermin, 1978), Behind the Iron Mask/The Fifth Musketeer (Ken Annakin, 1979), Avalanche Express (Mark Robson, 1979), A Man, a Woman and a Bank (Noel Black, 1979), The Awakening (Mike Newell, 1980), The Dogs of War (John Irvin, 1980), Ghost Story (Irvin, 1981), The Wicked Lady (Michael Winner, 1983), The Far Pavillions (oorspronkelijk een tv-serie; Peter Duffell, 1984), Conan, the Destroyer (Fleischer, 1984), Cat’s Eye (Lewis Teague, 1985),
Rambo: First Blood Part II (George Pan Cosmatos, 1985) en Tai-Pan (Daryl Duke, 1986), alsmede de laatste twee decennia nog een aantal korte films. Regiedebuut met de thriller Intent to Kill (1958). Voorts Beyond this Place (1959), Scent of Mystery (1960), My Geisha (1962), The Lion (1962), The Long Ships (1964), Young Cassidy (1965), The Liquidator (1965), The Mercenaries (1968), de cultklassieker The Girl on a Motorcycle (met Alain Delon en Marianne Faithfull; 1968), Penny Gold (1973) en The Mutations (1974). Hoofdpersoon van de documentaire Persistence of Vision (Craig McCall, 2004). Publiceerde in 1996 zijn autobiografie Magic Hour – A Life in Film. In 2000 benoemd in de Order of the British Empire (OBE). Was in april 2004 eregast bij een aan zijn werk gewijd retrospectief in het Haags Filmhuis.

Eerste deel van een televisieportret in Moving Pictures