87, Amsterdam, 4 juli, na een ernstige ziekte
Nederlands producent, regisseur en scenarioschrijver. Met drie titels in de lijst van tien best bezochte Nederlandse films aller tijden, waaronder koploper Turks fruit (Paul Verhoeven, 1974), de meest succesvolle Nederlandse filmproducent ooit. Houwer won een Gouden Kalf voor De kleine blonde dood (Jean van de Velde, 1993) en in 2000 voor het ook voor en Oscar genomineerde Turks fruit als film van de eeuw. Produceerde nog vier succesfilms van Verhoeven: diens speelfilmdebuut Wat zien ik? (nummer vier in de top 10; 1971), Keetje Tippel (nummer negen; 1975), Soldaat van Oranje (nummer twaalf; 1977) en De vierde man (1983). Eerder was Houwer een leidende figuur in de ‘neue deutsche Welle’, onder meer als producent van de geruchtmakende Vietnamfilm OK (Michael Verhoeven, 1970). Een van de ondertekenaars van het zogeheten Oberhausener Manifest, dat in 1962 de nieuwe generatie Duitse filmmakers lanceerde. Zelf regisseerde en schreef Houwer na zijn korte regiedebuut Hundstage (1959) een van de segmenten van de episodefilm Hütet eure Töchter! (1962), de in Berlijn met een Zilveren Beer onderscheiden korte film Anmeldung (1964), de korte Nederlandse CRM-film Girls of Holland (1967) en de abortusfilm Paragraph 218 – Wir haben abgetrieben, Herr Staatsanwalt (tevens productie, regie samen met Eberhard Schröder; 1971). Ook produceerde hij in Duitsland de documentaire over Romy Schneider Romy – Portrait eines Gesichts (Hans-Jürgen Syberberg, 1966) en de speelfilms Mord und Todschlag (competitie Cannes; Volker Schlöndorff, 1967), Tätowierung (competitie Berlijn; Johannes Schaaf, 1967), Engelchen – oder die Jungfrau von Bamberg (Marran Gosov, 1967), Bengelchen liebt kreuz und quer/Driemaal daags een andere bruid (Gosov, 1968), de hit Zuckerbrot und Peitsche (Gosov, 1968), Bübchen (Roland Klick, 1968), Engelchen macht weiter – Hoppe, hoppe Reiter (M. Verhoeven, 1969), de Nederlandse coproductie Professor Columbus (Rainer Erler, 1970), Michael Kohlhaas (Schlöndorff, 1969),
Jagdszenen aus Niederbayern (Peter Fleischmann, 1969), de erotische komedies Köpfchen in das Wasser, Schwänzchen in die Höh (Helmut Förnbacher, 1969) en Der Bettenstudemt oder Was mach’ ich mit den Mädchen? (M. Verhoeven, 1970), de Heimat-musical Grün ist die Heide (Harald Reinl, 1972) en veel later nog de documentaire over keizer Wilhelm II in Nederlandse ballingschap Majestät brauchen Sonne (Peter Schamoni, 2000). Naast de eerste lange animatiefilm in Nederland Als je begrijot wat ik bedoel (supervisie samen met Marten Toonder; Harrie Geelen, Bjørn Frank Jensen en Bert Kroon, 1983) en de documentaire Abraham Tuschinski – Het grootste van het grootste (Ger Poppelaars, 2001) produceerde Houwer met grosso modo gestaag afnemend succes de speelfilms Grijpstra & De Gier (Wim Verstappen, 1979), Hoge hakken, echte liefde (Dimitri Frenkel Frank, 1981) en de remake Als je verliefd wordt (Hans Scheepmaker, 2012), Brandende liefde (tevens coscenarist; Ate de Jong, 1983), Het bittere kruid (Kees van Oostrum, 1985),
Van geluk gesproken (Pieter Verhoeff, 1987), De gulle minnaar (Mady Saks, 1990), De zeemeerman (Frank Herrebout, 1986) en Het woeden der gehele wereld (Guido Pieters, 2006). In 1985 initiatiefnemer (samen met media-adviseur Peter Jelgersma) van de eerste Nederlandse betaalzender FilmNet. Consul-generaal van de eilandstaat Grenada in Amsterdam. Schoonvader van fitnessgoeroe Arie Boomsma.