Walter Mirisch

101, Los Angeles, 24 februari, natuurlijke dood

Amerikaans producent. Oscar (Beste Film) voor In the Heat of the Night/De nacht van inspecteur Tibbs (Norman Jewison, 1967). Zoon van Oost-Europese immigranten stichtte in 1957 met zijn broer Melvin en halfbroer Harold The Mirisch Corporation, waarvan Walter president en executive hoofd van productie werd, tot de overname door United Artists in 1963. Ook de door The Mirisch Corporation geproduceerde films The Apartment (Billy Wilder, 1960) en West Side Story (Robert Wise en Jerome Robbins, 1961) kregen een Oscar als Beste Film. Mirisch, die de reputatie had van perfectionisme en bemoeienis met elk detail, begon als producent bij het kleine Monogram en het daaruit voortgekomen Allied Artists. Persoonlijk produceerde hij daar bij voorbeeld Fall Guy (Reginald Le Borg, 1947), Bomba: The Jungle Boy (Ford Beebe, 1949), Flat Top (Lesley Selander, 1952), An Annapolis Story (Don Siegel, 1955), Wichita (Jacques Tourneur, 1955) en The First Texan (Byron Haskin, 1956). Op enige afstand was hij executive producer van onder meer The Big Combo/Het duivelscomplot (Joseph H. Lewis, 1955), Invasion of the Body Snatchers (Siegel, 1956), Crime in the Streets (Siegel, 1956) en Friendly Persuasion (William Wyler, 1956).

Tot zijn eigen producties onder de vlag van The Mirisch Corporation behoren Man of the West (Anthony Mann, 1958), The Man in the Net (Michael Curtiz, 1959), Cast a Long Shadow (Thomas Carr, 1959), By Love Possessed/Onteerd (John Sturges, 1961), Two for the Seesaw/Het meisje en de twijfelaar (Wise, 1962), Toys in the Attic (George Roy Hill, 1963), The Russians Are Coming, The Russians Are Coming (Jewison, 1966), Hawaii (Roy Hill, 1966), The Hawaiians (Tom Gries, 1970), Scorpio (Michael Winner, 1973), Mr. Majestyk (Richard Fleischer, 1974), Midway/The Battle of Midway (Jack Smight, 1976), Gray Lady Down (David Greene, 1978), Same Time, Next Year (Robert Mulligan, 1978), The Prisoner of Zenda (Richard Quine, 1979) en Dracula (John Badham, 1979). Executive producer van films als The Magniificent Seven (Sturges, 1960), The Children’s Hour (Wyler, 1961), The Great Escape (Sturges, 1963), The Pink Panther (Blake Edwards, 1963), The Party (Edwards, 1968), The Thomas Crown Affair (Jewison, 1968), The Landlord (Hal Ashby, 1970), Fiddler on the Roof (Jewison, 1971) en de remake The Magnificent Seven (Antoine Fuqua, 2016). President van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences (1973-77). Werd door de Academy onderscheiden met de Irving G. Thalberg Memorial Award (1978) en de Jean Hersholt Humanitarian Award (1983).

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.